6.12.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 313/8
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 16 oktober 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Lunds tingsrätt (Zweden)) — Svenska staten, vertegenwoordigd door Tillsynsmyndigheten i konkurser/Anders Holmqvist
(Zaak C-310/07) (1)
(Harmonisatie van wetgevingen - Bescherming van werknemers bij insolventie van werkgever - Richtlijn 80/987/EEG - Artikel 8 bis - Activiteiten in verscheidene lidstaten)
(2008/C 313/12)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Lunds tingsrätt
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Svenska staten, vertegenwoordigd door Tillsynsmyndigheten i konkurser
Verwerende partij: Anders Holmqvist
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Lunds tingsrätt — Uitlegging van artikel 8 bis van richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever (PB L 283, blz. 23), zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002 (PB L 270, blz. 10) — Loonwaarborg voor een werknemer van een onderneming voor wegvervoer, die haar zetel en enige vestiging in een lidstaat heeft en goederen vervoert tussen de lidstaat van oorsprong en andere lidstaten
Dictum
Artikel 8 bis van richtlijn 80/987/EEG van de Raad van 20 oktober 1980 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake de bescherming van de werknemers bij insolventie van de werkgever, zoals gewijzigd bij richtlijn 2002/74/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2002, moet aldus worden uitgelegd dat een in een lidstaat gevestigde onderneming, om te kunnen worden geacht activiteiten op het grondgebied van een andere lidstaat te hebben, niet noodzakelijk over een filiaal of een vaste inrichting in die andere staat moet beschikken. Die onderneming moet echter duurzaam economisch aanwezig zijn in laatstgenoemde staat en dit veronderstelt de aanwezigheid van personeel dat haar in staat stelt aldaar activiteiten te verrichten. In het geval van een in een lidstaat gevestigde vervoeronderneming kan uit de loutere omstandigheid dat een door die onderneming in die staat aangeworven werknemer goederen vervoert tussen die staat en een andere lidstaat, niet worden geconcludeerd dat die onderneming duurzaam economisch aanwezig is in een andere lidstaat.
(1) PB C 211 van 8.9.2007.
Full & Egal Universal Law Academy