23.10.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 288/7
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 8 september 2010 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Verwaltungsgericht Gießen en het Verwaltungsgericht Stuttgart — Duitsland) — Markus Stoß (C-316/07), Avalon Service-Online-Dienste GmbH (C-409/07), Olaf Amadeus Wilhelm Happel (C-410/07), Kulpa Automatenservice Asperg GmbH (C-358/07), SOBO Sport & Entertainment GmbH (C-359/07), Andreas Kunert (C-360/07)/Wetteraukreis (C-316/07, C-409/07, C-410/07), Land Baden-Württemberg (C-358/07, C-359/07, C-360/07)
(Gevoegde zaken C-316/07, C-358/07–C-360/07, C-409/07 en C-410/07) (1)
(Artikelen 43 EG en 49 EG - Vrijheid van vestiging - Vrij verrichten van diensten - Publiek monopolie voor organisatie van sportweddenschappen binnen Land - Doel te voorkomen dat personen tot geldverkwisting door gokken worden aangespoord en gokverslaving te bestrijden - Evenredigheid - Beperkende maatregel die daadwerkelijk ertoe moet strekken gelegenheden tot gokken te verminderen en kansspelactiviteiten op samenhangende en stelselmatige wijze te beperken - Reclame van monopoliehouder waarbij deelname aan loterijspelen wordt aangemoedigd - Andere kansspelen die door particuliere ondernemingen kunnen worden aangeboden - Uitbreiding van aanbod van andere kansspelen - In andere lidstaat verleende licentie - Geen verplichting tot wederzijdse erkenning)
2010/C 288/12
Procestaal: Engels
Verwijzende rechters
Verwaltungsgericht Gießen, Verwaltungsgericht Stuttgart
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Markus Stoß (C-316/07), Avalon Service-Online-Dienste GmbH (C-409/07), Olaf Amadeus Wilhelm Happel (C-410/07), Kulpa Automatenservice Asperg GmbH (C-358/07), SOBO Sport & Entertainment GmbH (C-359/07), Andreas Kunert (C-360/07)
Verwerende partijen: Wetteraukreis (C-316/07, C-409/07, C-410/07), Land Baden-Württemberg (C-358/07, C-359/07, C-360/07)
Voorwerp
Verzoeken om een prejudiciële beslissing — Uitlegging van de artikelen 43 EG en 49 EG — Nationale regeling die het inzamelen van sportweddenschappen zonder vergunning van de bevoegde autoriteit op straffe van strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sancties verbiedt, maar die de verkrijging van een dergelijke vergunning nagenoeg onmogelijk maakt door de instelling van een overheidsmonopolie
Dictum
1)
De artikelen 43 EG en 49 EG moeten aldus worden uitgelegd dat:
a)
de betrokken nationale autoriteiten, om een publiek monopolie inzake sportweddenschappen en loterijen, zoals die welke in de hoofdgedingen aan de orde zijn, te kunnen rechtvaardigen op grond van het doel, te voorkomen dat personen tot geldverkwisting door gokken worden aangespoord en gokverslaving te bestrijden, niet noodzakelijkerwijs een vóór de vaststelling van deze maatregelen verrichte studie moeten kunnen overleggen die aantoont dat deze maatregel evenredig is;
b)
de keuze van een lidstaat om een dergelijk monopolie voorrang te verlenen boven een regeling waarin de marktdeelnemers hun activiteiten in het kader van een niet-exclusief stelsel zouden mogen uitoefenen, kan voldoen aan het evenredigheidsvereiste, voor zover de invoering van dit monopolie, gelet op het doel een hoog beschermingsniveau voor de consument te verzekeren, gepaard gaat met de vaststelling van een regelgevingskader dat garandeert dat de houder van dit monopolie dit doel daadwerkelijk op samenhangende en stelselmatige zal kunnen nastreven door middel van een aanbod dat kwantitatief is afgestemd op en kwalitatief is samengesteld op basis van dit doel en aan een strikte controle door de publieke autoriteiten onderworpen is;
c)
de omstandigheid dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat bepaalde problemen zouden kunnen ondervinden om ervoor te zorgen dat dit monopolie in acht wordt genomen door in het buitenland gevestigde organisatoren van kansspelen en weddenschappen, die in strijd met dit monopolie via internet weddenschappen zouden sluiten met personen die zich binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van deze autoriteiten bevinden, als zodanig geen afbreuk doet aan de eventuele verenigbaarheid van een dergelijk monopolie met bovengenoemde bepalingen van het Verdrag;
d)
in een situatie waarin een nationale rechterlijke instantie tegelijkertijd vaststelt:
—
dat de reclame die de houder van een dergelijk monopolie voert voor andere soorten kansspelen die eveneens door hem worden aangeboden, niet beperkt blijft tot wat nodig is om de consument in de richting van het aanbod van deze monopoliehouder te sturen door hem van niet toegestane circuits van kansspelen weg te leiden, maar beoogt de goklust van de consument aan te moedigen en hem ertoe aan te zetten actief aan kansspelen deel te nemen, om de verwachte inkomsten uit deze activiteiten te maximaliseren,
—
dat andere soorten kansspelen mogen worden geëxploiteerd door particuliere marktdeelnemers die over een vergunning beschikken, en
—
dat de bevoegde autoriteiten op het gebied van andere soorten kansspelen, waarvoor dit monopolie niet geldt en die bovendien een groter verslavingsrisico inhouden dan de spelen waarvoor dit monopolie geldt, een beleid voeren of gedogen dat gericht is op een uitbreiding van het aanbod, waardoor de spelactiviteiten zich verder ontwikkelen en worden gestimuleerd, met name om de inkomsten daaruit te maximaliseren,
deze nationale rechterlijke instantie op wettige gronden tot de conclusie kan komen dat een dergelijk monopolie niet geschikt is om het doel waarvoor het is ingevoerd, namelijk te voorkomen dat personen tot geldverkwisting door gokken worden aangespoord en gokverslaving te bestrijden, te verwezenlijken door ertoe bij te dragen dat de gelegenheden tot spelen worden verminderd en de activiteiten op dit gebied op samenhangende en stelselmatige wijze worden beperkt.
2)
De artikelen 43 EG en 49 EG moeten aldus worden uitgelegd dat de omstandigheid dat een marktdeelnemer in zijn lidstaat van vestiging beschikt over een vergunning om kansspelen aan te bieden, in de huidige stand van het recht van de Unie niet verhindert dat een andere lidstaat met inachtneming van de vereisten van het recht van de Unie de mogelijkheid voor deze marktdeelnemer om consumenten op zijn grondgebied dergelijke diensten aan te bieden, afhankelijk stelt van het bezit van een door haar eigen autoriteiten verleende vergunning.
(1) PB C 269 van 10.11.2007.
PB C 283 van 24.11.2007.
Full & Egal Universal Law Academy