1.5.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 102/5
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 5 maart 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Sächsische Landessozialgericht — Duitsland) — Kattner Stahlbau GmbH / Maschinenbau- und Metall-Berufsgenossenschaft
(Zaak C-350/07) (1)
(Mededinging - Artikelen 81 EG, 82 EG en 86 EG - Verplichte aansluiting bij orgaan voor verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten - Begrip „onderneming” - Misbruik van machtspositie - Vrij verrichten van diensten - Artikelen 49 EG en 50 EG - Beperking - Rechtvaardiging - Risico van ernstige aantasting van financieel evenwicht van socialezekerheidsstelsel)
2009/C 102/07
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Sächsisches Landessozialgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Kattner Stahlbau GmbH
Verwerende partij: Maschinenbau- und Metall-Berufsgenossenschaft
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Sächsisches Landessozialgericht — Uitlegging van de artikelen 81 en 82 EG alsook van andere bepalingen van gemeenschapsrecht — Nationale regeling houdende instelling van een stelsel van verplichte verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten, bestaande uit verschillende verenigingen ter voorkoming van arbeidsongevallen („Berufsgenossenschaft”), met verplichte aansluiting van de ondernemingen bij de vereniging met territoriale en beroepsbevoegdheid — Hoedanigheid van „onderneming” in de zin van de artikelen 81 en 82 EG van deze verenigingen ter voorkoming van arbeidsongevallen die het bedrag van de bijdragen autonoom kunnen vaststellen zonder dat de nationale regeling in een maximum voorziet
Dictum
1)
De artikelen 81 EG en 82 EG moeten aldus worden uitgelegd dat een orgaan als de in het hoofdgeding bedoelde Berufsgenossenschaft, waarbij de ondernemingen die in een bepaald geografisch gebied tot een bepaalde bedrijfstak behoren, zich voor de verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten moeten aansluiten, geen onderneming in de zin van deze bepalingen is, maar een uitsluitend sociale functie vervult, wanneer een dergelijk orgaan werkt in het kader van een stelsel dat het solidariteitsbeginsel ten uitvoer legt, en dit stelsel is onderworpen aan staatstoezicht, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.
2)
De artikelen 49 EG en 50 EG moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die bepaalt dat de ondernemingen die in een bepaald geografisch gebied tot een bepaalde bedrijfstak behoren, zich moeten aansluiten bij een orgaan als de in het hoofdgeding bedoelde Berufsgenossenschaft, voor zover dit stelsel niet verder gaat dan nodig ter bereiking van het doel het financiële evenwicht van een socialezekerheidstak te verzekeren, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.
(1) PB C 269 van 10.11.2007.
Full & Egal Universal Law Academy