21.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/4
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 1 oktober 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-370/07) (1)
(Beroep tot nietigverklaring - Bepaling van standpunten die namens Gemeenschap in uit hoofde van akkoord opgericht lichaam worden ingenomen - Motiveringsplicht - Vermelding van rechtsgrondslag - 14e Conferentie van partijen bij Overeenkomst inzake internationale handel in bedreigde in wild levende dier- en plantensoorten (CITES)
2009/C 282/05
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: G. Valero Jordana en C. Zadra, gemachtigden)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: J.-P. Jacqué, F. Florindo Gijón en K. Michoel, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van de verwerende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: E. Jenkinson en I. Rao, gemachtigden, en D. Wyatt, QC)
Voorwerp
Nietigverklaring van het besluit van de Raad van 24 mei 2007 tot vaststelling van het namens de Europese Gemeenschap in te nemen standpunt ten aanzien van bepaalde voorstellen die werden voorgelegd tijdens de van 3 tot en met 15 juni 2007 in Den Haag (Nederland) gehouden 14e vergadering van de Conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier en plantensoorten (CITES) — Keuze van de rechtsgrondslag
Dictum
1.
Het besluit van de Raad van de Europese Unie van 24 mei 2007 tot vaststelling van het namens de Europese Gemeenschap in te nemen standpunt ten aanzien van bepaalde voorstellen die werden voorgelegd tijdens de van 3 tot en met 15 juni 2007 in Den Haag (Nederland) gehouden 14e vergadering van de Conferentie van de partijen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier en plantensoorten (CITES), wordt nietig verklaard.
2.
De gevolgen van het nietig verklaarde besluit worden gehandhaafd.
3.
De Raad van de Europese Unie wordt verwezen in de kosten.
4.
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland draagt zijn eigen kosten.
(1) PB C 223 van 22.09.2007.
Full & Egal Universal Law Academy