20.12.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 327/5
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 6 november 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d'État — Frankrijk) — Association nationale pour la protection des eaux et rivières — TOS/Ministère de l'écologie, du développement et de l'aménagement durables
(Zaak C-381/07) (1)
(Verontreiniging van aquatisch milieu - Richtlijn 2006/11/EG - Artikel 6 - Gevaarlijke stoffen - Lozingen - Voorafgaande vergunning - Vaststelling van emissienormen - Aanmeldingsregeling - Visteelt)
(2008/C 327/07)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d'État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Association nationale pour la protection des eaux et rivières — TOS
Verwerende partij: Ministère de l'écologie, du développement et de l'aménagement durables
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Conseil d'État — Uitlegging van artikel 6 van richtlijn 2006/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd (PB L 64, blz. 52) — Noodzaak van een voorafgaande vergunning waarin de emissienormen worden vastgesteld voor lozingen in het water die een gevaarlijke stof kunnen bevatten — Conformiteit van een nationale regeling waarbij de voorafgaande vergunning wordt vervangen door een gewone aanmeldingsregeling voor visteelt, die evenwel de toepasselijke milieukwaliteitsnormen in herinnering brengt en de bevoegde bestuurlijke autoriteit het recht verleent om zich te verzetten tegen het van start gaan van de exploitatie of om grenswaarden voor de lozing op te leggen die specifiek voor de betrokken inrichting gelden.
Dictum
Artikel 6 van richtlijn 2006/11/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 februari 2006 betreffende de verontreiniging veroorzaakt door bepaalde gevaarlijke stoffen die in het aquatisch milieu van de Gemeenschap worden geloosd, kan niet aldus worden uitgelegd dat de lidstaten, wanneer op basis van dat artikel programma's ter vermindering van de waterverontreiniging zijn vastgesteld waarin milieuhygiënische kwaliteitsnormen zijn opgenomen, voor bepaalde inrichtingen die als weinig vervuilend worden beschouwd, een aanmeldingsregeling kunnen invoeren waarin naar die normen wordt verwezen en die de bevoegde autoriteit het recht verleent om zich te verzetten tegen de aanvang van de exploitatie of om grenswaarden voor de lozing op te leggen die specifiek voor de betrokken inrichting gelden.
(1) PB C 269 van 10.11.2007.
Full & Egal Universal Law Academy