20.6.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 141/9
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 2 april 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte d’appello di Milano — Italië) — Marco Gambazzi/DaimlerChrysler Canada Inc., CIBC Mellon Trust Company
(Zaak C-394/07) (1)
(Executieverdrag - Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen - Gronden voor weigering - Schending van openbare orde van aangezochte staat - Uitsluiting van verweerder van procedure voor gerecht van staat van herkomst wegens niet-uitvoering van rechterlijk bevel)
2009/C 141/13
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Corte d’appello di Milano
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Marco Gambazzi
Verwerende partijen: DaimlerChrysler Canada Inc., CIBC Mellon Trust Company
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Corte d'appello di Milano — Uitlegging van de artikelen 26 en 27, punt 1, Executieverdrag — Beslissing waarvan de erkenning in strijd is met de openbare orde van de aangezochte staat — Beslissing waarbij een partij wordt verhinderd zich te verdedigen („debarment”) wegens niet-inachtneming van een rechterlijk bevel
Dictum
Artikel 27, punt 1, van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, zoals gewijzigd bij het Verdrag van 9 oktober 1978 inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, het Verdrag van 25 oktober 1982 inzake de toetreding van de Helleense Republiek, het Verdrag van 26 mei 1989 inzake de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en het Verdrag van 29 november 1996 betreffende de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, dient te worden uitgelegd als volgt:
de rechter van de aangezochte staat kan, gelet op de openbare-ordeclausule van dit artikel, rekening houden met het feit dat de rechter van de staat van herkomst op de vordering van de verzoeker heeft beslist zonder de verweerder te horen, die regelmatig voor hem is verschenen, maar bij beschikking van de procedure is uitgesloten omdat hij niet de verplichtingen is nagekomen die bij een eerdere beschikking in het kader van dezelfde procedure zijn opgelegd, wanneer hij na een algemene beoordeling van de procedure en op basis van alle omstandigheden tot de conclusie komt dat deze uitsluiting een kennelijke en buitensporige schending vormde van het recht van de verweerder om te worden gehoord.
(1) PB C 283 van 24.11.2007.
Full & Egal Universal Law Academy