30.1.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 24/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 november 2009 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) en het Handelsgericht Wien (Oostenrijk)) — Christopher Sturgeon, Gabriel Sturgeon, Alana Sturgeon (C-402/07), Stefan Böck, Cornelia Lepuschitz (C-432/07)/Condor Flugdienst GmbH (C-402/07), Air France SA (C-432/07)
(Gevoegde zaken C-402/07 en C-432/07) (1)
(Luchtvervoer - Verordening (EG) nr. 261/2004 - Artikelen 2, sub l, 5, 6 en 7 - Begrippen „vertraging” en „annulering” van vlucht - Recht op compensatie in geval van vertraging - Begrip „buitengewone omstandigheden”)
2010/C 24/06
Procestaal: Duits
Verwijzende rechters
Bundesgerichtshof, Handelsgericht Wien
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Christopher Sturgeon, Gabriel Sturgeon, Alana Sturgeon (C-402/07), Stefan Böck, Cornelia Lepuschitz (C-432/07)
Verwerende partijen: Condor Flugdienst GmbH (C-402/07), Air France SA (C-432/07)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Bundesgerichtshof, Handelsgericht Wien — Uitlegging van artikel 2, sub l, en artikel 5, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91 (PB L 46, blz. 1) — Vlucht die veel later dan het geplande vertrekuur is begonnen — Onderscheid tussen „vertraging” en „annulering”
Dictum
1)
De artikelen 2, sub l, 5 en 6 van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91, moeten aldus worden uitgelegd dat een vertraagde vlucht, ongeacht de duur van de vertraging, ook al is deze lang, niet als geannuleerd kan worden beschouwd wanneer zij overeenkomstig de oorspronkelijke planning van de luchtvaartmaatschappij wordt uitgevoerd.
2)
De artikelen 5, 6 en 7 van verordening nr. 261/2004 moeten aldus worden uitgelegd dat passagiers van vertraagde vluchten voor de toepassing van het recht op schadevergoeding met passagiers van geannuleerde vluchten kunnen worden gelijkgesteld en aldus aanspraak kunnen maken op de in artikel 7 van deze verordening bedoelde compensatie, wanneer zij door een vertraging van de vlucht drie of meer uren tijd verliezen, dat wil zeggen wanneer zij hun eindbestemming drie of meer uren na de door de luchtvaartmaatschappij oorspronkelijk geplande aankomsttijd bereiken. Een dergelijke vertraging verleent de passagiers evenwel geen recht op compensatie indien de luchtvaartmaatschappij kan aantonen dat de langdurige vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden, dat wil zeggen van omstandigheden waarop de luchtvaartmaatschappij geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.
3)
Artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004 moet aldus worden uitgelegd dat een technisch probleem aan een luchtvaartuig dat de annulering of de vertraging van een vlucht tot gevolg heeft, niet onder het begrip „buitengewone omstandigheden” in de zin van deze bepaling valt, tenzij dit probleem voortvloeit uit gebeurtenissen die wegens hun aard of hun oorsprong niet inherent zijn aan de normale uitoefening van de activiteit van de betrokken luchtvaartmaatschappij, en deze hierop geen daadwerkelijke invloed kan uitoefenen.
(1) PB C 283 van 24.11.2007.
Full & Egal Universal Law Academy