7.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 267/10
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 10 september 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
(Zaak C-416/07) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijnen 91/628/EEG en 93/119/EG - Verordening (EG) nr. 1/2005 - Bescherming van dieren tijdens vervoer en bij slachten of doden - Structurele en algemene schending van gemeenschapsrecht)
2009/C 267/17
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: H. Tserepa-Lacombe en F. Erlbacher, gemachtigden)
Verwerende partij: Helleense Republiek (vertegenwoordigers: S. Charitaki, S. Papaïoannou en E.-M. Mamouna, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van de artikelen 5, 8, 9 en 18, lid 2, van richtlijn 91/628/EEG van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG (PB L 340, blz. 17) — Schending van de artikelen 5, lid 4, 6, lid 1, 13, lid 3 en 4, 15, lid 1, 25, 26 en 27, lid 1, van verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad, van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van verordening (EG) nr. 1255/97/2005 (PB L 3, blz. 1) — Schending van de artikelen 3, 5, lid 1, 6, lid 1, en 8 van richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten en doden (PB L 340, blz. 21)
Dictum
1)
Door niet de maatregelen te hebben genomen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen
—
dat de bevoegde autoriteiten de verplichte controles van de reisschema’s verrichten;
—
dat er in de veerhavens of in de onmiddellijke omgeving daarvan installaties zijn waar de dieren na de ontscheping kunnen rusten;
—
dat de controles van de vervoermiddelen en de dieren daadwerkelijk worden verricht;
—
dat de regels inzake het bedwelmen van dieren bij het slachten worden nageleefd, en
—
dat in de slachthuizen passende inspecties en controles worden verricht,
is de Helleense Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 5, deel A, punt 2, sub d i, eerste streepje, en 8 van richtlijn 91/628/EEG van de Raad van 19 november 1991 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en tot wijziging van de richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 806/2003 van de Raad van 14 april 2003, en punt 7, sub b, van punt 48 van hoofdstuk VII van de bijlage bij deze richtlijn, zoals gewijzigd bij verordening nr. 806/2003, en krachtens de artikelen 3, 5, lid 1, sub d, 6, lid 1, en 8 van richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de bescherming van dieren bij het slachten of doden.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Helleense Republiek wordt verwezen in twee derde van de kosten. De Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt verwezen in een derde van de kosten.
(1) PB C 283 van 24.11.2007.
Full & Egal Universal Law Academy