1.5.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 113/3
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 3 december 2009 — Europese Commissie/Bondsrepubliek Duitsland
(Zaak C-424/07) (1)
(Niet-nakoming - Elektronische communicatie - Richtlijn 2002/19/EG - Richtlijn 2002/21/EG - Richtlijn 2002/22/EG - Netwerken en diensten - Nationale regeling - Nieuwe markten)
2010/C 113/03
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Braun en A. Nijenhuis, gemachtigden)
Verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: M. Lumma, gemachtigde, C. Koenig, professor, en S. Loetz, Rechtsanwalt)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 8, lid 4, van richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (toegangsrichtlijn) (PB L 108, blz. 7), van de artikelen 6, 7, 8, lid 1, 15, lid 3, en 16 van richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) (PB L 108, blz. 33), en van artikel 17, lid 2, van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) (PB L 108, blz. 51) — Definitie, analyse en regulering van nieuwe markten — Nationale regeling die op algemene wijze de „nieuwe markten” definieert en restrictieve voorwaarden oplegt betreffende de regulering ervan door de nationale regelgevende instantie en betreffende de toepassing van de raadplegingsprocedure waarin het gemeenschapsrecht voorziet voor maatregelen om deze markten te definiëren en te analyseren
Dictum
1.
Door § 9a van het Telekommunikationsgesetz (telecommunicatiewet) van 22 juni 2004 vast te stellen, is de Bondrepubliek Duitsland de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 8, lid 4, van richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronischecommunicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (toegangsrichtlijn), de artikelen 6 tot en met 8, leden 1 en 2, 15, lid 3, en 16 van richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn), en artikel 17, lid 2, van richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronischecommunicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn).
2.
De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 283 van 24.11.2007.
Full & Egal Universal Law Academy