12.9.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 220/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 16 juli 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice of England and Wales, Queen’s Bench Division (Administrative Court) — Verenigd Koninkrijk) — Mark Horvath/Secretary of State for Environment, Food and Rural Affairs
(Zaak C-428/07) (1)
(Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Regelingen inzake rechtstreekse steunverlening - Verordening (EG) nr. 1782/2003 - Artikel 5 en bijlage IV - Minimumeisen inzake goede landbouw en milieuconditie - Onderhoud van wegen waarop rechten van doorgang rusten - Uitvoering door lidstaat - Overdracht van bevoegdheden naar regionale overheden van lidstaat - Met gemeenschapsrecht strijdige discriminatie)
2009/C 220/05
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Justice of England and Wales, Queen’s Bench Division (Administrative Court)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Mark Horvath
Verwerende partij: Secretary of State for Environment, Food and Rural Affairs
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Justice of England and Wales, Queen’s Bench Division (Administrative Court) — Uitlegging van artikel 5 van en van bijlage IV bij verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunmaatregelen voor landbouwers en houdende wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PB L 270, blz. 1) — Eisen van goede landbouw- en milieuconditie van artikel 5 van en bijlage IV bij de verordening — Mogelijkheid om eisen op te nemen inzake de instandhouding van zichtbare wegen waarop openbare rechten van doorgang rusten — Interne regeling van een lidstaat waarbij decentrale overheden wetgevende bevoegdheid hebben met betrekking tot de verschillende delen van deze lidstaat, met als resultaat dat in deze verschillende delen verschillende normen inzake goede landbouw- en milieuconditie gelden
Dictum
1)
Een lidstaat kan onder de normen inzake goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in artikel 5 van en bijlage IV bij verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001, eisen opnemen inzake het onderhoud van zichtbare wegen waarop openbare rechten van doorgang rusten, voor zover die eisen bijdragen tot de instandhouding van die wegen als landschapselementen, of, in voorkomend geval, tot de voorkoming van de achteruitgang van habitats.
2)
Wanneer decentrale overheden volgens het constitutionele bestel van een lidstaat wetgevende bevoegdheid hebben, vormt de loutere vaststelling door die overheden van verschillende normen inzake goede landbouw- en milieuconditie als bedoeld in artikel 5 van en bijlage IV bij verordening nr. 1782/2003, geen met het gemeenschapsrecht strijdige discriminatie.
(1) PB C 297 van 8.12.2007.
Full & Egal Universal Law Academy