18.4.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 90/4
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 17 februari 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Raad van State — Nederland) — M. Elgafaji, N. Elgafaji/Staatssecretaris van Justitie
(Zaak C-465/07) (1)
(Richtlijn 2004/83/EG - Minimumnormen voor erkenning als vluchteling of als persoon die voor subsidiaire bescherming in aanmerking komt - Persoon die voor subsidiaire-beschermingsstatus in aanmerking komt - Artikel 2, sub e - Reëel risico op ernstige schade - Artikel 15, sub c - Ernstige en individuele bedreiging van leven of persoon van burger als gevolg van willekeurig geweld in kader van gewapend conflict - Bewijs)
2009/C 90/06
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: M. Elgafaji, N. Elgafaji
Verwerende partij: Staatssecretaris van Justitie
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Nederlandse Raad van State — Uitlegging van de artikelen 2, sub e, en 15, sub c, van richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming — Minimumnormen voor de erkenning als vluchteling — Beschermingsniveau gelijk aan dat van artikel 3 van het Europees Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens, of, indien dit niet het geval is, toepasselijke criteria om te beoordelen of sprake is van een ernstige en individuele bedreiging als gevolg van willekeurig geweld
Dictum
Artikel 15, sub c, van richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming, gelezen in samenhang met artikel 2, sub e, van deze richtlijn, moet worden uitgelegd als volgt:
—
opdat sprake is van een ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van degene die om subsidiaire bescherming verzoekt, is het niet noodzakelijk dat deze persoon aantoont dat hij specifiek wordt geviseerd om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden;
—
bij wijze van uitzondering kan een dergelijke bedreiging worden geacht aanwezig te zijn wanneer de mate van willekeurig geweld in het aan de gang zijnde conflict, die wordt beoordeeld door de bevoegde nationale autoriteiten waarbij een verzoek om subsidiaire bescherming is ingediend of door de rechters van een lidstaat bij wie beroep is ingesteld tegen de afwijzing van een dergelijk verzoek, dermate hoog is dat er zwaarwegende gronden bestaan om aan te nemen dat een burger die terugkeert naar het betrokken land of, in voorkomend geval, naar het betrokken gebied, louter door zijn aanwezigheid aldaar een reëel risico op die bedreiging zou lopen.
(1) PB C 8 van 12.1.2008.
Full & Egal Universal Law Academy