21.3.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 69/9
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 22 januari 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Conseil d'État — Frankrijk) — Association nationale pour la protection des eaux et rivières-TOS, Association OABA/Ministère de l'écologie, du développement et de l'aménagement durables
(Zaak C-473/07) (1)
(Verontreiniging en hinder - Richtlijn 96/61/EG - Bijlage I - Punt 6.6, sub a - Intensieve pluimveehouderij - Definitie - Begrip „pluimvee’ - Maximumaantal dieren per installatie)
(2009/C 69/13)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Conseil d'État
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Association nationale pour la protection des eaux et rivières-TOS, Association OABA
Verwerende partij: Ministère de l'écologie, du développement et de l'aménagement durables
In tegenwoordigheid van: Association France Nature Environnement
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Conseil d'État (Frankrijk) — Uitlegging van richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PB L 257, blz. 26) — Werkingssfeer ratione materiae van richtlijn — Installaties voor intensieve pluimveehouderij met meer dan 40 000 plaatsen (waarvoor vergunning is vereist) (punt 6.6. a van bijlage I bij de richtlijn) — Begrippen „pluimvee” en „plaatsen” — Vallen kwartels, patrijzen en duiven binnen de werkingssfeer van de richtlijn? — Zo ja, is een nationale regeling waarbij het aantal dieren per dierplaats naar soort wordt gewogen, toelaatbaar?
Dictum
1)
Het begrip „pluimvee” in punt 6.6, sub a, van bijlage I bij richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 29 september 2003, moet aldus worden uitgelegd dat het ook betrekking heeft op kwartels, patrijzen en duiven.
2)
Punt 6.6, sub a, van bijlage I bij richtlijn 96/61, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1882/2003, verzet zich tegen een nationale regeling, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, die ertoe leidt dat de drempels voor de vergunning voor installaties van intensieve pluimveehouderij worden berekend op basis van een systeem van „dierequivalenten”, dat berust op een weging van het aantal dieren per dierplaats naar soort, om rekening te houden met de werkelijke stikstofemissies van de verschillende vogelsoorten.
(1) PB C 22 van 26.1.2008.
Full & Egal Universal Law Academy