16.7.2011
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 211/3
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 26 mei 2011 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Centrale Raad van Beroep — Nederland) — Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen/H. Akdas, H. Agartan, Z. Akbulut, M. Bas, K. Yüzügüllüer, E. Keskin, C. Topaloglu, A. Cubuk, S. Sariisik
(Zaak C-485/07) (1)
(Associatie EEG-Turkije - Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Ontheffing van bepalingen inzake woonplaats - Strekking - Door ontvangende lidstaat uitgekeerde toeslag op invaliditeitspensioen ter verzekering van bestaansminimum aan begunstigden - Wijziging van nationale wettelijke regeling - Intrekking van deze toeslag indien begunstigde zijn woonplaats heeft buiten grondgebied van betrokken lidstaat)
2011/C 211/04
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Centrale Raad van Beroep
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Verwerende partijen: H. Akdas, H. Agartan, Z. Akbulut, M. Bas, K. Yüzügüllüer, E. Keskin, C. Topaloglu, A. Cubuk, S. Sariisik
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Centrale Raad van Beroep — Uitlegging van artikel 9 van de associatieovereenkomst, artikel 59 van het aanvullend protocol bij de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, op 23 november 1970 te Brussel ondertekend, en namens de Gemeenschap gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij verordening (EEG) nr. 2760/72 van de Raad van 19 december 1972 (PB L 293, blz. 1), en van artikel 6, lid 1, van besluit nr. 3/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen van de lidstaten der Europese Gemeenschappen op Turkse werknemers en hun gezinsleden (PB 1983, C 110, blz. 60) — Nationale wettelijke regeling waarbij een toeslag op de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt verleend tot het bestaansminimum — Beperkingen in geval van woonplaats buiten Nederland — Intrekking in twee fasen naargelang van woonplaats en nationaliteit
Dictum
1)
Artikel 6, lid 1, eerste alinea, van besluit nr. 3/80 van de Associatieraad van 19 september 1980 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen van de lidstaten der Europese Gemeenschappen op Turkse werknemers en hun gezinsleden moet aldus worden uitgelegd dat het rechtstreeks toepasselijk is, zodat de Turkse onderdanen op wie deze bepaling van toepassing is het recht hebben zich er voor de rechterlijke instanties van de lidstaten rechtstreeks op te beroepen, om ervoor te zorgen dat hiermee strijdige internrechtelijke regels buiten toepassing worden gelaten.
2)
Artikel 6, lid 1, eerste alinea, van besluit nr. 3/80 moet aldus worden uitgelegd dat het zich in omstandigheden zoals die van het hoofdgeding verzet tegen een regeling van een lidstaat als artikel 4a van de Toeslagenwet van 6 november 1986, die een op grond van de nationale wettelijke regeling toegekende prestatie, zoals de toeslag op het invaliditeitspensioen, intrekt voor voormalige migrerende Turkse werknemers die naar Turkije zijn teruggekeerd nadat zij het recht om in de ontvangende lidstaat te verblijven hadden verloren omdat zij er arbeidsongeschikt waren geworden.
3)
Artikel 9 van de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand is gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, die op 12 september 1963 te Ankara is ondertekend door de Republiek Turkije enerzijds en de lidstaten van de EEG en de Gemeenschap anderzijds en die namens laatstgenoemde is gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij besluit 64/732/EEG van de Raad van 23 december 1963, is niet van toepassing op een situatie als aan de orde in het hoofdgeding.
(1) PB C 22 van 26.1.2008.
Full & Egal Universal Law Academy