21.11.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/5
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 1 oktober 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Supremo — Spanje) — Procedure ingeleid door Compañía Española de Comercialización de Aceite SA
(Zaak C-505/07) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijke ordening der markten in sector oliën en vetten - Verordening nr. 136/66/EEG - Artikel 12 bis - Opslag van olijfolie zonder communautaire financiering - Bevoegdheden van nationale mededingingsautoriteiten)
2009/C 282/07
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Compañía Española de Comercialización de Aceite SA
In tegenwoordigheid van: Asociación Española de la Industria y Comercio Exportador de Aceite de Oliva (Asoliva), Asociación Nacional de Industriales Envasadores y Refinadores de Aceites Comestibles (Anierac), Administración del Estado
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Tribunal Supremo — Uitlegging van artikel 12 bis van verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (PB 172, blz. 3025), zoals gewijzigd bij verordening nr. 1638/98 (PB L 210, blz. 32), van verordening (EG) nr. 952/97 van de Raad van 20 mei 1997, betreffende producentengroeperingen en unies van producentengroeperingen (PB L 142, blz. 30) en van verordening nr. 26 inzake de toepassing van bepaalde regels betreffende de mededinging op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten (PB 1962, 30, blz. 993) — Begrip „erkend organisme” — Begrip „producentengroeperingen en unies van producentengroeperingen” — Opslag
Dictum
1.
Een naamloze vennootschap waarin producenten van olijfolie, olijfoliefabrieken en coöperaties van olijventelers een meerderheidsbelang hebben en waarvan de rest van het kapitaal in handen is van financiële instellingen, valt onder het begrip organisme in de zin van artikel 12 bis van verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1638/98 van de Raad van 20 juli 1998, dat kan worden gemachtigd om een contract voor de particuliere opslag van olijfolie te sluiten in de zin van dat artikel, mits wordt voldaan aan de voorwaarden van die bepaling.
2.
De „erkenning door de lidstaat” waarover de organismen in de zin van artikel 12 bis van verordening nr. 136/66, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1638/98, dienen te beschikken, kan worden verkregen in het kader van een bij de nationale mededingingsautoriteiten aangevraagde individuele ontheffing („machtiging”), op voorwaarde dat die autoriteiten beschikken over doeltreffende middelen om na te gaan of het organisme dat de aanvraag heeft ingediend, in staat is om olijfolie in overeenstemming met de wettelijke vereisten particulier op te slaan.
3.
Artikel 12 bis van verordening nr. 136/66, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1638/98, staat niet in de weg aan een particulier opgezet en gefinancierd systeem van aankoop en opslag van olijfolie dat niet werd onderworpen aan de machtigingsprocedure waarnaar die bepaling verwijst.
4.
Voor zover de nationale mededingingsautoriteiten zich enerzijds onthouden van elke maatregel die van de gemeenschappelijke marktordening voor olijfolie afwijkt of daarop inbreuk maakt, en anderzijds geen beslissing nemen die in tegenspraak is met een beschikking van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of die een dergelijke tegenspraak tot gevolg kan hebben, mogen zij het nationale mededingingsrecht toepassen op een overeenkomst die de markt voor olijfolie op communautair niveau kan beïnvloeden.
(1) PB C 37 van 09.02.2008.
Full & Egal Universal Law Academy