18.12.2010
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 346/3
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 14 oktober 2010 — Europese Commissie/Republiek Oostenrijk
(Zaak C-535/07) (1)
(Niet-nakoming - Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG - Behoud van vogelstand - Onjuiste aanwijzing en onvoldoende rechtsbescherming van specialebeschermingszones)
2010/C 346/04
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: R. Sauer en D. Recchia, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordigers: E. Riedl, E. Pürgy en K. Drechsel, gemachtigden)
Interveniënt aan de zijde van de verwerende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: M. Lumma en J. Möller, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 4, leden 1 en 2, van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 103, blz. 1) en van artikel 6, lid 2, juncto artikel 7 van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206, blz. 7) — Verzuim om een gebied dat geschikt is voor de instandhouding van vogelsoorten aan te wijzen als specialebeschermingszone („Hanság”) en onjuiste afbakening van een ander gebied („Niedere Tauern”) — Verzuim om in reeds aangewezen specialebeschermingszones te zorgen voor rechtsbescherming die strookt met de eisen van het gemeenschapsrecht
Dictum
1)
De Republiek Oostenrijk is,
—
door niet correct op basis van ornithologische criteria ingevolge artikel 4, lid 1, van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand, het gebied Hanság in het Land Burgenland als specialebeschermingszone te hebben aangewezen en de specialebeschermingszone Niedere Tauern in het Land Steiermark te hebben afgebakend, en
—
met betrekking tot de specialebeschermingszones Maltsch, Wiesengebiete im Freiwald, Pfeifer Anger, Oberes Donautal en Untere Traun in het Land Oberösterreich en de specialebeschermingszone Verwall in het Land Vorarlberg niet te hebben gezorgd voor rechtsbescherming die strookt met de eisen van artikel 4 van richtlijn 79/409 en van artikel 6, lid 2, juncto artikel 7 van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna,
de krachtens die bepalingen op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
De Europese Commissie, de Republiek Oostenrijk en de Bondsrepubliek Duitsland dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 51 van 23.02.2008.
Full & Egal Universal Law Academy