12.9.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 220/6
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 16 juli 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social de Madrid — Spanje) — Evangelina Gómez-Limón Sánchez-Camacho/Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS), Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS), Alcampo SA
(Zaak C-537/07) (1)
(Richtlijn 96/34/EG - Raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof - Op datum van ingang van ouderschapsverlof verworven rechten of rechten in wording - Continuïteit van rechten op socialezekerheidsuitkeringen gedurende het verlof - Richtlijn 79/7/EEG - Beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op gebied van sociale zekerheid - Verwerving gedurende ouderschapsverlof van rechten op pensioen bij blijvende invaliditeit)
2009/C 220/08
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social de Madrid
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Evangelina Gómez-Limón Sánchez-Camacho
Verwerende partijen: Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS), Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS), Alcampo SA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Juzgado de lo Social de Madrid (Spanje) — Uitlegging van de punten 6 en 8 van clausule 2 van de door de UNICE, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, opgenomen in de bijlage bij richtlijn 96/34/EG van de Raad van 3 juni 1996 (PB L 145, blz. 4), en van richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid (PB L 6, blz. 24) — Nationale regeling die de hoogte van het invaliditeitspensioen relateert aan het loon dat gedurende een bepaald tijdvak vóór het ontstaan van het pensioenrecht is ontvangen — Deeltijdouderschapsverlof gedurende dit tijdvak — Gevolgen
Dictum
1)
Clausule 2, punt 6, van de raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, gesloten op 14 december 1995, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 96/34/EG van de Raad van 3 juni 1996 betreffende de door de UNICE, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, kan door particulieren worden ingeroepen voor een nationale rechter.
2)
Clausule 2, punten 6 en 8, van de raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof verzet zich er niet tegen dat bij de berekening van het pensioen wegens blijvende invaliditeit van een werknemer rekening wordt gehouden met het feit dat deze laatste een tijdvak van deeltijds ouderschapsverlof heeft genoten waarin hij bijdragen heeft betaald en rechten op pensioen heeft verworven naar evenredigheid met het ontvangen loon.
3)
Clausule 2, punt 8, van de raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof legt geen verplichtingen op aan de lidstaten, behalve die om de socialezekerheidskwesties in verband met deze raamovereenkomst overeenkomstig de nationale wetgeving te bestuderen en regelen. In het bijzonder gebiedt zij hun niet de continuïteit van de rechten op de socialezekerheidsuitkeringen gedurende het ouderschapsverlof te voorzien. Clausule 2, punt 8, kan niet door particulieren voor een nationale rechter worden ingeroepen tegenover de overheidsinstanties.
4)
Het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en in het bijzonder het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid in de zin van richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid, verzet zich er niet tegen dat een werknemer gedurende deeltijds ouderschapsverlof rechten verwerft op een pensioen wegens blijvende invaliditeit naar evenredigheid van de gewerkte tijd en het ontvangen loon en niet alsof hij voltijds had gewerkt.
(1) PB C 64 van 8.3.2008.
Full & Egal Universal Law Academy