4.7.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 153/10
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 7 mei 2009 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — College van burgemeester en wethouders van Rotterdam/M. E. E. Rijkeboer
(Zaak C-553/07) (1)
(Bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens - Richtlijn 95/46/EG - Bescherming van persoonlijke levenssfeer - Uitwissing van gegevens - Recht op toegang tot gegevens en tot informatie over ontvangers van gegevens - Termijn voor uitoefening van recht op toegang)
2009/C 153/19
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: College van burgemeester en wethouders van Rotterdam
Verwerende partij: M. E. E. Rijkeboer
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Raad van State (Nederland) — Uitlegging van de artikelen 6, leden 1, sub e, en 12, sub a, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281, blz. 31) — Nationale regelgeving die het recht op toegang beperkt tot de gegevens die zijn verwerkt in het jaar voorafgaand aan het verzoek om toegang — Evenredigheidsbeginsel
Dictum
1)
Artikel 12, sub a, van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, verlangt van de lidstaten dat zij niet alleen voor het heden, maar ook voor het verleden voorzien in een recht op toegang tot informatie over de ontvangers of de categorieën ontvangers van de gegevens en tot de inhoud van de verstrekte informatie. Het staat aan de lidstaten, een termijn voor de bewaring van deze informatie en een daarop afgestemde toegang daartoe vast te stellen die een juist evenwicht vormen tussen, enerzijds, het belang van de betrokkene om zijn persoonlijke levenssfeer te beschermen, met name door middel van de bij richtlijn 95/46 voorziene mogelijkheden om de voor de verwerking verantwoordelijke in te schakelen en zich tot de rechter te wenden, en, anderzijds, de last die de verplichting tot bewaring van die informatie inhoudt voor de voor de verwerking verantwoordelijke.
2)
Een regeling waarbij informatie over de ontvangers of de categorieën ontvangers van de gegevens en over de inhoud van de verstrekte gegevens slechts één jaar wordt bewaard en de toegang tot die informatie dienovereenkomstig wordt beperkt, terwijl de basisgegevens veel langer worden bewaard, vormt geen juist evenwicht tussen het belang en de verplichting in kwestie, tenzij wordt aangetoond dat een langere bewaring van deze informatie een buitensporige last zou inhouden voor de voor de verwerking verantwoordelijke. Het staat aan de nationale rechter, de nodige controles te verrichten.
(1) PB C 64 van 8.3.2008.
Full & Egal Universal Law Academy