29.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 205/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 7 juli 2009 [verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Justice (Queen’s Bench Division) — Verenigd Koninkrijk] — The Queen, S.P.C.M. SA, C.H. Erbslöh KG, Lake Chemicals and Minerals Ltd, Hercules Inc./Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs
(Zaak C-558/07) (1)
(Verordening (EG) nr. 1907/2006 - Chemische stoffen - Registratie en beoordeling van en autorisatie en beperkingen ten aanzien van deze stoffen (REACH) - Begrip „monomeren” - Geldigheid - Evenredigheid - Gelijke behandeling)
2009/C 205/08
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Justice (Queen’s Bench Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: The Queen, S.P.C.M. SA, C.H. Erbslöh KG, Lake Chemicals and Minerals Ltd, Hercules Inc.
Verwerende partij: Secretary of State for the Environment, Food and Rural Affairs
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — High Court of Justice, Queen’s Bench Division — Uitlegging en geldigheid van artikel 6, lid 3, van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396, blz. 1) — Begrip „monomeren”
Dictum
1)
Het begrip „monomeren” in artikel 6, lid 3, van verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie, heeft enkel betrekking op gereageerde monomeren, die deel uitmaken van polymeren.
2)
Bij het onderzoek van de tweede vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 6, lid 3, van verordening nr. 1907/2006 kunnen aantasten.
(1) PB C 51 van 23.2.2008.
Full & Egal Universal Law Academy