1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/10
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 11 juni 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Republiek Oostenrijk
(Zaak C-564/07) (1)
(Niet-nakoming - Artikel 49 EG - Vrij verrichten van diensten - Octrooigemachtigden - Verplichting om beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten - Verplichting om domiciliehouder aan wijzen in lidstaat waarvoor diensten zijn bestemd)
2009/C 180/16
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: E. Traversa en H. Krämer, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk (vertegenwoordigers: E. Riedl en G. Kunnert, gemachtigden)
Voorwerp
Niet-nakoming — Schending van artikel 49 EG — Eisen waaraan rechtmatig in een lidstaat gevestigde octrooigemachtigden die tijdelijk diensten willen verrichten in een andere lidstaat, volgens de nationale regeling van laatstgenoemde lidstaat moeten voldoen — Verplichting om zich te laten inschrijven in het nationale register en daartoe over een beroepsaansprakelijkheidsverzekering te beschikken, om alle andere nationale tuchtvoorschriften dan die betreffende de beroepskwalificatie in acht te nemen en om samen te werken met een plaatselijke gemachtigde
Dictum
1)
Door rechtmatig in een andere lidstaat gevestigde octrooigemachtigden die tijdelijk diensten willen verrichten in Oostenrijk, te verplichten een beroep te doen op een domiciliehouder in Oostenrijk, is de Republiek Oostenrijk de krachtens artikel 49 EG op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 79 van 29.3.2008.
Full & Egal Universal Law Academy