1.8.2009
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 180/11
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 4 juni 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
(Zaak C-568/07) (1)
(Niet-nakoming - Artikelen 43 EG en 48 EG - Opticiens - Vestigingsvoorwaarden - Openen en exploiteren van optiekzaken - Onvolledige uitvoering van arrest van Hof - Forfaitaire som)
2009/C 180/18
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: G. Zavvos en E. Traversa, gemachtigden)
Verwerende partij: Helleense Republiek (vertegenwoordiger: E. Skandalou, gemachtigde)
Voorwerp
Niet-nakoming — Onvolledige uitvoering van het arrest van het Hof van 21 april 2005, Commissie/Griekenland (C-140/03) betreffende de schending van de artikelen 43 en 48 EG wat betreft de eigendom, de opening en de exploitatie van optiekzaken — Nationale wet die de eigendom van optiekzaken voorbehoudt aan erkende opticiens — Verzoek tot vaststelling van een dwangsom
Dictum
1)
Door op de datum waarop de termijn is verstreken die was gesteld in het met redenen omkleed advies dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft uitgebracht krachtens artikel 228 EG, niet alle maatregelen te hebben getroffen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van 21 april 2005, Commissie/Griekenland (C-140/03), is de Helleense Republiek de krachtens artikel 228, lid 1, EG op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
De Helleense Republiek wordt veroordeeld om aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, op de rekening „Eigen middelen van de Europese Gemeenschap”, een forfaitaire som van 1 miljoen EUR te betalen.
3)
De Helleense Republiek wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 64 van 8.3.2008.
Full & Egal Universal Law Academy