12.4.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 92/10
Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 16 januari 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Commissione tributaria provinciale di Latina — Italië) — Angelo Molinari (C-128/07), Giovanni Galeota (C-129/07), Salvatore Barbagallo (C-130/07), Michele Ciampi (C-131/07)/Agenzia delle Entrate — Ufficio di Latina
(Gevoegde zaken C-128/07 tot en met C-131/07) (1)
(Richtlijn 76/207/EEG - Gelijke behandeling van mannen en vrouwen - Vergoeding bij vertrek - Fiscaal voordeel dat aan werknemers wordt toegekend op naar geslacht verschillende leeftijd)
(2008/C 92/16)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Commissione tributaria provinciale di Latina
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Angelo Molinari (C-128/07), Giovanni Galeota (C-129/07), Salvatore Barbagallo (C-130/07), Michele Ciampi (C-131/07)
Verwerende partij: Agenzia delle Entrate — Ufficio di Latina
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Commissione tributaria provinciale di Latina — Uitlegging van richtlijn 76/207/EEG van de Raad van 9 februari 1976 betreffende de tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de promotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden (PB L 39, blz. 40), en richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid (PB L 6, blz. 24) — Uitlegging en draagwijdte van arrest C-207/04, Vergani — Toepassing van lager belastingtarief op bij beëindiging van de arbeidsverhouding ontvangen bedragen met het oog op de bevordering van de uittreding van oudere werknemers — Fiscaal voordeel dat aan werknemers wordt toegekend op naar geslacht verschillende leeftijd
Dictum
1)
Naar aanleiding van het arrest van 21 juli 2005, Vergani (C-207/04), waarin het Hof heeft vastgesteld dat een nationale wettelijke regeling onverenigbaar is met het gemeenschapsrecht, dienen de autoriteiten van de betrokken lidstaat passende algemene of bijzondere maatregelen te nemen om de naleving van het gemeenschapsrecht te verzekeren, waarbij deze autoriteiten vrij blijven in de keuze van de te nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat het nationale recht in overeenstemming wordt gebracht met het gemeenschapsrecht en dat de rechten die de burgers hieraan ontlenen volle uitwerking krijgen. Wanneer een met het gemeenschapsrecht strijdige discriminatie is vastgesteld, moet de nationale rechter, zolang geen maatregelen zijn genomen om de gelijke behandeling te herstellen, elke nationale discriminerende bepaling buiten toepassing laten, zonder dat hij de opheffing ervan door de wetgever heeft te vragen of af te wachten, en moet hij op de leden van de benadeelde groep dezelfde regeling toepassen als op de leden van de andere groep.
2)
De afwijking bedoeld in artikel 7, lid 1, sub a, van richtlijn 79/7/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de geleidelijke tenuitvoerlegging van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen op het gebied van de sociale zekerheid, is niet van toepassing op een fiscale maatregel als die bedoeld in artikel 17, lid 4 bis, van presidentieel decreet nr. 917 van 22 december 1986, zoals gewijzigd bij wetsdecreet nr. 314 van 2 september 1997.
(1) PB C 117 van 26.5.2007.
Full & Egal Universal Law Academy