8.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 285/11
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 10 juli 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Consiglio di Stato — Italië) — Salvatore Aiello e.a./Comune di Milano, Sindaco di Milano, Comitato tecnico — scientifico per l'emergenza del traffico e della mobilità nella città di Milano, Provincia di Milano, Regione Lombardia, Ministero delle Infrastrutture e dei Trasporti, Ministero dell'Interno, Presidenza del Consiglio dei Ministri, Euromilano SpA, Metropolitana milanese SpA
(Zaak C-156/07) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 85/337/EEG - Milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten - Aanleg van weg te Milaan)
(2008/C 285/17)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Salvatore Aiello e.a.
Verwerende partijen: Comune di Milano, Sindaco di Milano, Comitato tecnico — scientifico per l'emergenza del traffico e della mobilità nella città di Milano, Provincia di Milano, Regione Lombardia, Ministero delle Infrastrutture e dei Trasporti, Ministero dell'Interno, Presidenza del Consiglio dei Ministri
In tegenwoordigheid van: Euromilano SpA, Metropolitana milanese SpA
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Consiglio di Stato — Uitlegging van de artikelen 2 en 4 van en bijlage III bij richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 175, blz. 40) — Selectiecriteria die bij beoordeling van project in aanmerking moeten worden genomen — Aanleg van een weg („la strada Interquartiere Nord”) te Milaan
Dictum
1)
Artikel 2, lid 1, van richtlijn 85/337/EEG van de Raad van 27 juni 1985 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/11/EG van de Raad van 3 maart 1997, moet aldus worden uitgelegd dat het niet vereist dat elk project dat een aanzienlijk milieueffect kan hebben, wordt onderworpen aan de beoordelingsprocedure waarin deze richtlijn voorziet, maar dat alleen de in de bijlagen I en II bij deze richtlijn genoemde projecten daaraan moeten worden onderworpen, onder de in artikel 4 van die richtlijn genoemde voorwaarden en onder voorbehoud van artikel 1, leden 4 en 5, en artikel 2, lid 3, daarvan.
2)
De lidstaten moeten de relevante selectiecriteria genoemd in bijlage III bij richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/11, toepassen wanneer zij voor de onder bijlage II daarbij vallende projecten hetzij door middel van een onderzoek per geval, hetzij aan de hand van de drempelwaarden of de criteria die zij vaststellen, bepalen of het betrokken project moet worden onderworpen aan de milieueffectbeoordelingsprocedure.
3)
Wanneer een lidstaat ervoor opteert om per geval te bepalen welke van de projecten die vallen onder bijlage II bij richtlijn 85/337, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/11, moeten worden onderworpen aan een milieueffectbeoordeling, moet hij hetzij door een verwijzing in zijn nationale voorschriften naar bijlage III bij deze richtlijn, hetzij door in zijn nationale voorschriften de in deze bijlage genoemde criteria over te nemen, ervoor zorgen dat met al deze criteria daadwerkelijk rekening kan worden gehouden wanneer het ene of het andere criterium relevant is voor het betrokken project, zonder expliciet of impliciet criteria te kunnen uitsluiten.
(1) PB C 140 van 23.6.2007.
Full & Egal Universal Law Academy