8.11.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 285/11
Beschikking van het Hof (Derde kamer) van 3 juli 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Amtsgericht Landau/Isar — Duitsland) — Strafzaak tegen Rainer Günther Möginger
(Zaak C-225/07) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering - Richtlijn 91/439/EEG - Onderlinge erkenning van rijbewijzen - Intrekking van rijbewijs - Tijdelijk verbod van afgifte van nieuw rijbewijs - Geldigheid van rijbewijs dat tijdens periode van tijdelijk verbod in andere lidstaat is afgegeven)
(2008/C 285/18)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Amtsgericht Landau/Isar
Partij in de strafzaak
Rainer Günther Möginger
Voorwerp
Verzoek om prejudiciële beslissing — Amtsgericht Landau/Isar — Uitlegging van artikelen 8, lid 2, en 4 van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB L 237, blz. 1) — Niet-erkenning door lidstaat van woonplaats op zijn grondgebied van een rijbewijs dat in een andere lidstaat is verkregen tijdens een periode van tijdelijk verbod om in de lidstaat van de woonplaats een nieuw rijbewijs aan te vragen.
Dictum
De artikelen 1, lid 2, en 8, leden 2 en 4, van richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees parlement en de Raad van 29 september 2003, dienen aldus te worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat een lidstaat weigert de geldigheid van een in een andere lidstaat afgegeven rijbewijs te erkennen wanneer de houder ervan op het tijdstip van de afgifte ervan in de eerste lidstaat was onderworpen aan een tijdelijk verbod van afgifte van een nieuw rijbewijs. De omstandigheid dat de vraag van de geldigheid rijst na afloop van genoemd verbod, is daarbij irrelevant.
(1) PB C 183 van 4.8.2007.
Full & Egal Universal Law Academy