26.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 22/19
Beschikking van het Hof van 8 november 2007 — Koninkrijk België/Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak C-242/07 P) (1)
(Hogere voorziening - Beroepstermijn - Artikel 43, lid 6, van Reglement voor procesvoering van Gerecht - Neerlegging van origineel van verzoekschrift na verstrijken van termijn - Niet-ontvankelijkheid - Begrip „verschoonbare dwaling’ - Begrip „toeval’)
(2008/C 22/36)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirant: Koninkrijk België (vertegenwoordigers: L. Van den Broeck, gemachtigde, J.-P. Buyle en C. Steyaert, advocaten)
Andere partij in de procedure: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: L. Flynn en A. Steiblytė, gemachtigden)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vierde kamer) van 15 maart 2007, België/Commissie (T-5/07), waarbij het Gerecht wegens laattijdigheid niet-ontvankelijk heeft verklaard het door rekwirant ingestelde beroep tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 18 oktober 2006 houdende weigering om de door hem betaalde hoofdsom en de rente over de vorderingen van het Europees Sociaal Fonds terug te betalen — Beroepstermijnen en termijnen voor overlegging van tevoren per telefax toegezonden origineel — Begrippen toeval en verschoonbare dwaling
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 170 van 21.7.2007.
Full & Egal Universal Law Academy