15.8.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 209/17
Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 21 mei 2008 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Najvyšší súd Slovenskej republiky — Slowaakse Republiek) — Karol Mihal/Daňový úrad Košice V
(Zaak C-456/07) (1)
(Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering - Zesde btw-richtlijn - Belastingplichtigen - Artikel 4, lid 5, eerste alinea - Publiekrechtelijke lichamen - Gerechtsdeurwaarders - Natuurlijke personen en rechtspersonen)
(2008/C 209/24)
Procestaal: Slowaaks
Verwijzende rechter
Najvyšší súd Slovenskej republiky
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Karol Mihal
Verwerende partij: Daňový úrad Košice V
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing — Najvyšší súd Slovenskej republiky — Uitlegging van artikel 4, lid 5, eerste alinea, van richtlijn 77/388/EEG: Zesde richtlijn van de Raad, van 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1) — Niet-belastingplichtigheid voor publiekrechtelijk lichaam dat werkzaamheden of handelingen als overheid verricht — Gerechtsdeurwaarders bij het verrichten van hun ambtelijke werkzaamheden — Rechtstreekse werking
Dictum
Een door een particulier uitgeoefende werkzaamheid, zoals die van gerechtsdeurwaarder, is niet van belasting over de toegevoegde waarde vrijgesteld op de enkele grond dat zij bestaat in het verrichten van overheidshandelingen. Zelfs al verricht de gerechtsdeurwaarder dergelijke handelingen in de uitoefening van zijn ambt, volgens een wettelijke regeling als die welke aan de orde is in het hoofdgeding, verricht hij zijn werkzaamheden niet als publiekrechtelijk lichaam, daar hij geen deel uitmaakt van de overheid, maar in de vorm van een economische werkzaamheid als zelfstandige in het kader van een vrij beroep, en bijgevolg komt hij niet in aanmerking voor de vrijstelling voorzien in artikel 4, lid 5, eerste alinea, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad, van 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting — Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag.
(1) PB C 315 van 22.12.2007.
Full & Egal Universal Law Academy