ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer)
9 oktober 2008
Zaak C‑16/07 P
Marguerite Chetcuti
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Hogere voorziening – Openbare dienst – Vergelijkend onderzoek binnen instelling – Afwijzing van sollicitatie – Toelatingsvoorwaarden”
Betreft: Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 8 november 2006, Chetcuci/Commissie (T‑357/04, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie), en strekkende tot vernietiging van dit arrest.
Beslissing: Afwijzing van de hogere voorziening.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Regeling andere personeelsleden – Tijdelijk functionaris – Hulpfunctionaris – Criterium voor onderscheid
(Regeling andere personeelsleden, art. 2 en 3)
2. Ambtenaren – Aanwerving – Vergelijkend onderzoek binnen instelling – Uitbreiding deelname tot hulpfunctionarissen – Verplichting – Geen
1. Uit de bepalingen van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden volgt dat er verschillen bestaan tussen de administratieve positie, de aanwervingseisen en de aanstellingsvoorwaarden van hulpfunctionarissen en die van ambtenaren en tijdelijk functionarissen. Uit deze verschillen vloeit voort dat hulpfunctionarissen niet worden aangeworven om een permanente functie te vervullen bij de gemeenschapsinstellingen. Integendeel, het kenmerk van de overeenkomst van hulpfunctionaris is de onzekere tijdsduur ervan, daar deze overeenkomst slechts kan worden gebruikt voor een kortstondige vervanging of om voorbijgaande, dringend noodzakelijke of niet duidelijk omschreven administratieve taken te vervullen. De hulpfunctionarissen vormen daarom een afzonderlijke categorie van functionarissen die beantwoordt aan specifieke behoeften van de instellingen die hen tewerkstellen.
2. In overeenstemming met de opzet en het doel van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, is het tot aanstelling bevoegd gezag, ofschoon het het recht heeft om hulpfunctionarissen toe te laten tot een vergelijkend onderzoek binnen de instelling, daarom echter niet verplicht om elk vergelijkend onderzoek binnen de instelling open te stellen voor alle personen die zich in haar dienst bevinden. Een dergelijke verplichting zou afbreuk doen aan de ruime beoordelingsvrijheid waarover de gemeenschapsinstellingen beschikken bij de organisatie van hun diensten en meer bepaald bij de bepaling, in het belang van de dienst, van de modaliteiten en voorwaarden van vergelijkende onderzoeken.
Full & Egal Universal Law Academy