ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer)
22 december 2008
Zaak C‑198/07 P
Donal Gordon
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Hogere voorziening – Loopbaanontwikkelingsrapport – Beroep tot nietigverklaring – Procesbelang – Ambtenaar die volledig en blijvend invalide is”
Betreft: Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 7 februari 2007, Gordon/Commissie (T‑175/04, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie), en strekkende tot vernietiging van dat arrest.
Beslissing: Het arrest wordt ten dele vernietigd.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Beroep – Procesbelang
(Ambtenarenstatuut, art. 53, 78, 90 en 91; bijlage VIII, art. 13 tot en met 16)
2. Ambtenaren – Beoordeling – Paritair beoordelingscomité
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
1. Een ambtenaar die na de instelling van een beroep tegen zijn loopbaanontwikkelingsrapport krachtens de artikelen 53 en 78 van het Statuut wegens volledige en blijvende invaliditeit is gepensioneerd, behoudt een belang om op te komen tegen dat rapport.
In de eerste plaats vormt het loopbaanontwikkelingsrapport, afgezien van zijn toekomstig nut, immers een formeel en schriftelijk bewijs van de kwaliteit van het door de ambtenaar verrichte werk. Een dergelijke beoordeling vormt niet alleen een omschrijving van de gedurende de betrokken periode verrichte taken, maar houdt eveneens een beoordeling in van de menselijke kwaliteiten waarvan de beoordeelde persoon bij de uitoefening van zijn beroepsactiviteit blijk heeft gegeven. Elke ambtenaar heeft er dus recht op dat zijn werk wordt erkend door een beoordeling die op een juiste en billijke wijze is opgesteld. Overeenkomstig het recht op een doeltreffende rechterlijke bescherming moet een ambtenaar dus in elk geval het recht hebben om op te komen tegen een loopbaanontwikkelingsrapport wegens de inhoud ervan of omdat het niet volgens de regels van het Statuut is opgesteld.
In de tweede plaats is het weliswaar juist dat een ambtenaar van wie de invaliditeitscommissie heeft vastgesteld dat hij blijvend en volledig arbeidsongeschikt is, op grond van de artikelen 53 en 78 van het Statuut ambtshalve wordt gepensioneerd, doch de situatie van die ambtenaar verschilt van die van een ambtenaar die de pensioenleeftijd heeft bereikt, ontslag heeft genomen of is ontslagen, aangezien het om een omkeerbare situatie gaat. Gelet op de bewoordingen van artikel 16 van bijlage VIII bij het Statuut, is het immers mogelijk dat de ambtenaar die door een dergelijke invaliditeit is getroffen, op een dag zijn werkzaamheden binnen een gemeenschapsinstelling kan hervatten. In dat verband moet de algemene bepaling van artikel 53 van het Statuut worden gelezen in samenhang met de specifieke bepalingen van de artikelen 13 tot en met 15 van bijlage VIII bij het Statuut. De werkzaamheid van de ambtenaar die invalide is verklaard, wordt slechts tijdelijk gestaakt, daar de ontwikkeling van zijn positie binnen de instellingen afhangt van het voortbestaan van de omstandigheden die zijn invaliditeit hebben gerechtvaardigd, hetgeen regelmatig kan worden gecontroleerd.
Aangezien een herplaatsing in de instellingen mogelijk is, beschikt een ambtenaar die volledig en blijvend invalide is, over een aan dat van een ambtenaar in actieve dienst gelijkwaardig recht op een loopbaanontwikkelingsrapport dat op billijke en objectieve wijze en in overeenstemming met de regels voor een regelmatige beoordeling is opgesteld. In geval van herplaatsing is dat rapport immers van belang voor de ontwikkeling van de loopbaan van de ambtenaar binnen zijn dienst of de gemeenschapsinstellingen. Het vormt een concreet en formeel bewijs van zijn bekwaamheid en zijn ervaring binnen de instelling, waarop hij zich kan beroepen. Het biedt het hiërarchisch gezag eveneens de mogelijkheid om de verdiensten van de kandidaten voor een eventuele bevordering of overplaatsing te vergelijken.
2. In het kader van het door de Commissie ingevoerde beoordelingssysteem vormt het feit dat het paritair beoordelingscomité zich niet uitspreekt over de inhoud van een loopbaanontwikkelingsrapport, ofschoon het in het kader van een betwisting daarvan is ingeschakeld, een wezenlijke schending van de procedure tot opstelling van dat rapport waardoor inbreuk wordt gemaakt op de rechten van de beoordeelde ambtenaar. Wanneer dit comité in het kader van een betwisting wordt ingeschakeld, vormt het onderzoek van de inhoud van het loopbaanontwikkelingsrapport immers een wezenlijk vormvoorschrift en niet een louter formele etappe, aangezien, enerzijds, dit comité de enige instantie in de beoordelingsprocedure is waarin vertegenwoordigers van het personeel zijn opgenomen, en anderzijds, zijn adviezen in aanmerking moeten worden genomen door de beoordelaar in beroep.
Full & Egal Universal Law Academy