Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 23 april 2009 – Commissie / België
(Zaak C‑287/07)
„Niet-nakoming – Overheidsopdrachten – Richtlijn 2004/17/EG – Procedures voor plaatsen van opdrachten in sectoren water‑ en energievoorziening, vervoer en postdiensten – Onjuiste of onvolledige uitvoering – Niet-uitvoering binnen gestelde termijn”
1. Handelingen van de instellingen – Richtlijnen – Uitvoering door lidstaten (Art. 249 EG) (cf. punten 67‑69)
2. Handelingen van de instellingen – Richtlijnen – Uitvoering door lidstaten – Noodzaak van duidelijke en nauwkeurige uitvoering (Art. 249 EG) (cf. punt 98)
3. Beroep wegens niet-nakoming – Onderzoek van gegrondheid door Hof – In aanmerking te nemen situatie – Situatie bij verstrijken van in met redenen omkleed advies gestelde termijn (Art. 226 EG) (cf. punt 187)
Voorwerp
Niet-nakoming – Verzuim om binnen de gestelde termijn de bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water‑ en energievoorziening, vervoer en postdiensten (PB L 134, blz. 1)
Dictum
1)
Het Koninkrijk België is de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens richtlijn 2004/17/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water‑ en energievoorziening, vervoer en postdiensten,
– door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om volledig en correct uitvoering te geven aan artikel 1, leden 2, sub b, c, tweede alinea, en d, en 13, tweede alinea, artikel 14, lid 4, artikel 17, lid 10, sub a en c, artikel 34, lid 8, artikel 36, lid 2, artikel 39, lid 2, artikel 45, leden 1 en 3, sub a en c, artikel 48, leden 1 tot en met 4 en 6, sub c, artikel 49, leden 2, tweede streepje, en 3 tot en met 5, artikel 50, lid 1, eerste alinea, sub c, artikel 52, lid 1, artikel 57, leden 1, tweede alinea, sub d en e, en 3, eerste zin, en artikel 65, lid 2, van die richtlijn, en
– door niet binnen de gestelde termijn de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de artikelen 9, 34, lid 2, 52, lid 3, en 57, lid 3, tweede zin, van die richtlijn.
2)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy