Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 2 april 2009 – Mebrom / Commissie
(Zaak C‑373/07 P)
„Hogere voorziening – Bescherming van ozonlaag – Invoer van methylbromide in Unie – Weigering om voor 2005 invoerquota toe te wijzen – Gewettigd vertrouwen – Rechtszekerheid”
1. Milieu – Bescherming van ozonlaag – Verordening nr. 2037/2000 betreffende ozonlaag afbrekende stoffen (Verordening nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad, art. 3, 4, 6 en 7) (cf. punten 52‑60)
2. Beroep tot nietigverklaring – Middel (Art. 230 EG) (cf. punten 72‑73)
3. Procedure – Onderscheid tussen bewijskwesties en rechtskwesties (cf. punt 80)
4. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende of tegenstrijdige motivering – Ontvankelijkheid (cf. punten 85, 106)
5. Hogere voorziening – Middelen (cf. punten 86, 91-95, 99-102)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 22 mei 2007, Mebrom/Commissie (T‑216/05), waarbij het Gerecht ongegrond heeft verklaard een beroep tot nietigverklaring van beschikking A(05) 4338-D/6176 van de Commissie van 11 april 2005 houdende weigering om aan rekwirante quota voor de invoer van methylbromide in de Europese Unie toe te wijzen overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PB L 244, blz. 1) – Onjuiste toepassing van gemeenschapsrecht – Ontoereikende motivering – Schending van artikel 220 EG
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Mebrom NV wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy