23.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/31
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale Civile di Modena (Italië) op 1 oktober 2007 — Alberto Severi, Cavazzuti e Figli/Regione Emilia-Romagna
(Zaak C-446/07)
(2008/C 51/52)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale Civile di Modena
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Alberto Severi, Cavazzuti e Figli
Verwerende partij: Regione Emilia-Romagna
Prejudiciële vragen
1)
Moeten de artikelen 3, lid 1, en 13, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2081/92 [thans de artikelen 3, lid 1, en 13, lid 2, van verordening (EG) nr. 510/06 (1)], juncto artikel 2 van wetsdecreet nr. 109/92 [art. 2 van richtlijn 2000/13/EG (2)], aldus worden uitgelegd dat een geografische verwijzingen bevattende benaming van een levensmiddel, waarvan de indiening bij de Europese Commissie ter registratie als beschermde oorsprongsbenaming (BOB) of beschermde geografische aanduiding (BGA) in de zin van de genoemde verordeningen op nationaal niveau is „afgewezen” of geblokkeerd, ten minste gedurende de periode waarin een dergelijke afwijzing of blokkering hangende is, als soortnaam moet worden aangemerkt?
2)
Moeten de artikelen 3, lid 1, en 13, lid 3, van verordening (EEG) nr. 2081/92 [thans artikelen 3, lid 1, en 13, lid 2, van verordening (EG) nr. 510/06], juncto artikel 2 van wetsdecreet nr. 109/92 (art. 2 van richtlijn 2000/13/EG), aldus worden uitgelegd dat de benaming van een levensmiddel waarin een plaats wordt genoemd, en die niet is geregistreerd als BOB of BGA in de zin van de genoemde verordeningen, op de Europese markt rechtmatig kan worden gebruikt door producenten die er te goeder trouw en lange tijd voortdurend gebruik van hebben gemaakt voordat verordening (EEG) nr. 2081/92 (thans verordening (EG) nr. 510/06) in werking trad en tijdens de periode volgend op die inwerkingtreding?
3)
Moet artikel 15, lid 2, van richtlijn nr. 89/104/EEG (3) betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten aldus worden uitgelegd, dat de houder van een collectief merk voor een levensmiddel dat een geografische verwijzing bevat, aan producenten van een product dat dezelfde kenmerken heeft, niet kan verbieden om voor dat product een benaming te gebruiken die soortgelijk is aan de in het collectieve merk vervatte benaming, indien deze producenten die benaming te goeder trouw en lange tijd voortdurend hebben gebruikt voordat het collectieve merk werd ingeschreven?
(1) PB 2006, L 93, blz. 12.
(2) PB 2000, L 109, blz. 29.
(3) PB 1989, L 40, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy