12.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 8/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Hof van Beroep te Antwerpen (België) op 29 oktober 2007 — Gerlach & Co. NV tegen Belgische Staat
(Zaak C-477/07)
(2008/C 8/11)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van Beroep te Antwerpen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Gerlach & Co. NV
Verweerder: Belgische Staat
Prejudiciële vragen
1)
Is de boeking waarvan sprake in het artikel 221, lid 1, van het Communautair Douanewetboek (vastgesteld bij verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 (1), hierna kortweg „het douanewetboek”) de boeking als bedoeld in het artikel 217 van het douanewetboek, die erin bestaat dat het bedrag aan rechten door de douaneautoriteiten wordt geregistreerd in de boekhouding of op iedere andere drager die als zodanig dienst doet, en is die boeking te onderscheiden van de opneming van het bedrag aan de rechten in de boekhouding van de eigen middelen als bedoeld in het artikel 6 van de verordening (EEG, Euratom) nr. 1552/89 van de Raad van 29 mei 1989 houdende toepassing van besluit 88/376/EEG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen (2) (thans artikel 6 van verordening nr. 1150/2000 (EG, Euratom) van de Raad van 22 mei 2000 houdende toepassing van besluit 2000/597/EG, Euratom betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (3))?
2)
Dient het artikel 221, lid 1, van het douanewetboek in die zin te worden begrepen dat een kennisgeving op de daartoe geëigende wijze van het bedrag van de rechten door de douaneautoriteiten aan de schuldenaar enkel dan als de in artikel 221, lid 1, van het douanewetboek bedoelde mededeling van het bedrag van de rechten aan de schuldenaar kan worden aangemerkt, indien het bedrag van de rechten door de douaneautoriteiten werd geboekt alvorens het aan de schuldenaar werd ter kennis gebracht?
3)
Dient het artikel 221, lid 1, van het douanewetboek in die zin te worden begrepen dat, indien het bedrag van de rechten op de daartoe geëigende wijze door de douaneautoriteiten aan de schuldenaar ter kennis wordt gebracht, doch zonder dat het bedrag van de rechten voorafgaandelijk aan die kennisgeving door de douaneautoriteiten werd geboekt, het bedrag van de rechten niet kan worden ingevorderd, waardoor de douaneautoriteiten om het bedrag van de rechten alsnog te kunnen invorderen het bedrag van de rechten opnieuw op de daartoe geëigende wijze ter kennis moeten brengen van de schuldenaar nadat het bedrag van de rechten werd geboekt en voor zover zulks gebeurt binnen de geldende verjaringstermijn?
(1) Verordening tot vaststelling van het communautair doaunewetboek, PB L 302, blz. 1.
(2) PB L 155, blz. 1.
(3) PB L 130, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy