12.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 8/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Rechtbank te 's-Gravenhage (Nederland) op 2 november 2007 — AHP Manufacturing BV tegen Bureau voor de Industriële Eigendom, tevens handelende onder de naam Octrooicentrum Nederland
(Zaak C-482/07)
(2008/C 8/12)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank te 's-Gravenhage
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: AHP Manufacturing BV
Verweerder: Bureau voor de Industriële Eigendom, tevens handelende onder de naam Octrooicentrum Nederland
Prejudiciële vragen
1)
Verzet verordening (EEG) nr. 1768/92 van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (1) (zoals nadien gewijzigd), meer specifiek artikel 3, lid 1, onder c, daarvan, zich ertegen dat een certificaat wordt verleend aan de houder van een basisoctrooi voor een product waarvoor op het moment van indiening van de aanvraag voor het certificaat reeds één of meer certificaten zijn verleend aan één of meer houders van één of meer andere basisoctrooien?
2)
Leidt verordening (EG) nr. 1610/96 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor gewasbeschermingsmiddelen (2) (zoals nadien gewijzigd), meer specifiek overweging 17 en artikel 3, lid 2, tweede volzin, daarvan, tot een ander antwoord op vraag 1?
3)
Is voor de beantwoording van de vorige vragen van belang of de laatst ingediende aanvraag, net als de eerdere aanvraag of aanvragen, binnen de termijn van artikel 7 lid 1 van verordening (EEG) nr. 1768/92, dan wel binnen de termijn van artikel 7, lid 2 van verordening (EEG) nr. 1768/92 is ingediend?
4)
Is voor de beantwoording van de vorige vragen van belang of de bij verlening van het certificaat ingevolge artikel 13 van verordening (EEG) nr. 1768/92 geboden beschermingsduur op hetzelfde moment dan wel op een later tijdstip afloopt dan op grond van één of meer reeds voor het betreffende product verleende certificaten het geval is?
5)
Is voor de beantwoording van de vorige vragen van belang dat in verordening (EEG) nr. 1768/92 niet is bepaald op welke termijn de bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 9, lid 1 van die verordening de aanvraag voor een certificaat in behandeling moet nemen en uiteindelijk verlenen, waardoor een verschil in behandelingssnelheid van de betreffende autoriteiten in de lidstaten tot onderlinge verschillen kan leiden in de mogelijkheid tot verlening van een certificaat?
(1) PB L 182, blz. 1.
(2) PB L 198, blz. 30.
Full & Egal Universal Law Academy