26.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 22/24
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Centrale Raad van Beroep (Nederland) op 5 november 2007 — Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen H. Akdas e.a.
(Zaak C-485/07)
(2008/C 22/46)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Centrale Raad van Beroep
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Verweerders: H. Akdas e.a.
Prejudiciële vragen
1.
Behelst het bepaalde in artikel 6, eerste lid, van Besluit 3/80 (1) gelet op haar bewoordingen en op het doel en de aard van Besluit 3/80 en de Associatieovereenkomst (2), een duidelijke en nauwkeurig omschreven verplichting voor welker uitvoering en werking geen verdere handeling vereist is, zodat deze bepaling zich leent voor rechtstreekse werking?
2.
Bij bevestigende beantwoording van de eerste vraag:
2.1
Moet bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van Besluit 3/80 op enigerlei wijze rekening gehouden worden met de wijzigingen in Verordening 1408/71 (3) zoals die na 19 september 1980 hebben plaatsgevonden ten aanzien van bijzondere, niet op premie- of bijdragebetaling berustende prestaties?
2.2
Komt in deze betekenis toe aan artikel 59 van het Aanvullend Protocol (4) bij het Associatieverdrag?
3.
Moet artikel 9 van de Associatieovereenkomst aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan toepassing van een wettelijke regeling van een lidstaat, als artikel 4a van de Nederlandse TW, welke leidt tot een indirect onderscheid naar nationaliteit,
—
ten eerste omdat daardoor meer personen met een andere nationaliteit dan de Nederlandse, waaronder een grote groep Turkse onderdanen, geen recht (meer) hebben op een toeslag omdat zij niet meer in Nederland wonen, dan personen met de Nederlandse nationaliteit en
—
ten tweede omdat de toeslagen van Turkse onderdanen die in Turkije wonen vanaf 1 juli 2003 zijn ingetrokken, terwijl de toeslagen van personen met de nationaliteit van een lidstaat van de EU en derde landen, voor zover zij verblijven op het grondgebied van de EU, eerst per 1 januari 2007 (gefaseerd) worden ingetrokken?
(1) Besluit nr. 3/80 van de Associatieraad van 19 december 1972 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen van de lidstaten der Europese Gemeenschappen op Turkse werknemers en hun gezinsleden (PB 1983, C 110, blz. 60).
(2) Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, ondertekend te Ankara op 12 september 1963 en namens de Gemeenschap gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij besluit 64/732/EEG van de Raad van 23 december 1963 (PB 1964, blz. 3685).
(3) Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 149, blz. 2).
(4) Aanvullend protocol, op 23 november 1970 te Brussel ondertekend en namens de Gemeenschap gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij verordening (EEG) nr. 2760/72 van de Raad van 19 december 1972 (PB L 293, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy