12.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 8/8
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Court of Appeal (Civil Division) (United Kingdom) op 5 november 2007 — L'Oréal SA, Lancôme parfums et beauté & Cie SNC, Laboratoire Garnier & Cie/Bellure NV, Malaika Investments Ltd, trading as „Honey pot cosmetic & Perfumery Sales”, Starion International Ltd
(Zaak C-487/07)
(2008/C 8/15)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Court of Appeal (Civil Division)
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: L'Oréal SA, Lancôme parfums et beauté & Cie SNC, Laboratoire Garnier & Cie
Verwerende partijen: Bellure NV, Malaika Investments Ltd, trading as „Honey pot cosmetic & Perfumery Sales”), Starion International Ltd
Prejudiciële vragen
1)
Wanneer een handelaar in een advertentie voor zijn eigen waren of diensten gebruik maakt van een ingeschreven merk van een concurrent om de kenmerken (in het bijzonder de geur) van de door hem verhandelde waren te vergelijken met de kenmerken (in het bijzonder de geur) van de door de concurrent onder dat merk verhandelde waren, en hij dat merk daarbij gebruikt op een wijze die niet tot verwarring leidt of anderszins afbreuk doet aan de wezenlijke functie van het merk als herkomstaanduiding, valt dat gebruik dan onder artikel 5, lid 1, sub a of sub b, van richtlijn 89/104?
2)
Wanneer een handelaar in het economisch verkeer (met name in een vergelijkingslijst) gebruik maakt van een bekend ingeschreven merk om een kenmerk van zijn eigen product (in het bijzonder de geur ervan) aan te duiden, en dit gebruik:
a)
geen enkel verwarringsgevaar met zich brengt, en
b)
de verkoop van de producten onder het bekende ingeschreven merk niet schaadt, en
c)
geen afbreuk doet aan de wezenlijke functie van het ingeschreven merk als herkomstgarantie, of aan de reputatie van het merk door aantasting van het imago, door verwatering of op enige andere wijze, en
d)
een belangrijke rol speelt in de reclame voor het product van die handelaar, valt dat gebruik dan onder artikel 5, lid 1, sub a, van richtlijn 89/104?
3)
Hoe moet de zinsnede „geen oneerlijk voordeel oplevert” worden uitgelegd in artikel 3 bis, sub g, van richtlijn 84/45 inzake misleidende reclame, zoals gewijzigd bij richtlijn 97/55 inzake vergelijkende reclame, en, in het bijzonder, verkrijgt een handelaar oneerlijk voordeel uit de reputatie van een bekend merk, wanneer hij in een vergelijkingslijst zijn eigen product vergelijkt met een product van een bekend merk?
4)
Hoe moet de zinsnede „waren of diensten voorstelt als een imitatie of namaak” in artikel 3 bis, sub h, van genoemde richtlijn worden uitgelegd, en, in het bijzonder, omvat deze formulering ook gevallen waarin een partij, zonder daarmee enige vorm van verwarring of misleiding te veroorzaken, enkel waarheidsgetrouw vermeldt dat een belangrijk kenmerk (de geur) van zijn product overeenstemt met dat van een bekend product dat merkenrechtelijk beschermd is?
5)
Wanneer een handelaar een teken dat overeenstemt met een ingeschreven merk dat een bepaalde reputatie geniet, maar dit teken er niet zodanig mee overeenstemt dat het ermee kan worden verward, op zodanige wijze gebruikt dat:
a)
de wezenlijke functie van het ingeschreven merk als herkomstgarantie niet wordt aangetast of gevaar loopt;
b)
het ingeschreven merk of de reputatie ervan niet wordt aangetast of vervaagd, of het gevaar hiervoor bestaat;
c)
de merkhouder geen omzetverlies lijdt, en
d)
de merkhouder geen uit de promotie, het onderhoud en de versterking van zijn merk voortvloeiende opbrengsten misloopt;
e)
maar de handelaar een commercieel voordeel trekt uit het gebruik van zijn teken, omdat het overeenstemt met het ingeschreven merk,
wordt dan „ongerechtvaardigd voordeel getrokken” uit de reputatie van het ingeschreven merk in de zin van artikel 5, lid 2, van de merkenrichtlijn?
Full & Egal Universal Law Academy