8.3.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 64/15
Hogere voorziening ingesteld op 19 november 2007 door Saint-Gobain Glass Deutschland GmbH tegen de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 11 september 2007 in zaak T-28/07, Fels-Werke GmbH, Saint-Gobain Glass Deutschland GmbH, Spenner-Zement GmbH & Co. KG/Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak C-503/07 P)
(2008/C 64/24)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Saint-Gobain Glass Deutschland GmbH (vertegenwoordigers: H. Posser en S. Altenschmidt, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: Fels-Werke GmbH, Spenner-Zement GmbH & Co. KG, Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
vernietiging van de beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Derde kamer) van 11 september 2007 in zaak T-28/07 (Fels-Werke/Commissie van de Europese Gemeenschappen), voor zover zij rekwirante betreft;
—
nietigverklaring van artikel 1, lid 2, van de beschikking van de Commissie van 29 november 2006 betreffende het nationale plan voor de toewijzing van broeikasgasemissierechten waarvan door Duitsland is kennisgegeven overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (nummer van het document niet bekendgemaakt), voor zover daarbij de garanties voor toewijzingen uit de eerste handelsperiode die zijn beschreven in hoofdstuk 6.2 van het nationale toewijzingsplan van Duitsland, onder de titel „Toewijzingen overeenkomstig § 8 ZuG 2007”, met richtlijn 2003/87/EG onverenigbaar zijn verklaard;
—
nietigverklaring van artikel 2, lid 2, van die beschikking, voor zover daarbij aan de Bondsrepubliek Duitsland eisen worden gesteld inzake de toepassing van de garanties voor toewijzingen uit de eerste handelsperiode die zijn beschreven in hoofdstuk 6.2 van het nationale toewijzingsplan van Duitsland, onder de titel „Toewijzingen overeenkomstig § 8 ZuG 2007”, en daarbij ook wordt gelast, dezelfde vervullingsfactor toe te passen als voor andere vergelijkbare bestaande installaties;
—
subsidiair, vernietiging van de in het eerste punt bedoelde beschikking en verwijzing van de zaak naar het Gerecht van eerste aanleg;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
In de bestreden beschikking heeft het Gerecht de individuele geraaktheid van rekwirante ontkend en derhalve haar beroep tot nietigverklaring tegen delen van de beschikking van de Commissie van 29 november 2006 betreffende het plan voor de toewijzing van broeikasgasemissierechten waarvan door Duitsland is kennisgegeven, niet-ontvankelijk verklaard.
Rekwirante baseert haar hogere voorziening op schending van procesrecht, dat haar belangen dient, en van de materieelrechtelijke gemeenschapsnorm van artikel 230, vierde alinea, EG.
In de eerste plaats heeft het Gerecht het beginsel van een eerlijk proces en het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Het Gerecht heeft namelijk de afwezigheid van individuele geraaktheid van rekwirante in wezen gebaseerd op het feit dat zij niet heeft aangetoond dat zij, zoals zij beweert, behoort tot een gesloten groep van ondernemers, en in het bijzonder op het feit dat zij geen lijst heeft overlegd van de ondernemers voor wie § 8, lid 1, ZuG 2007 gold. Het Gerecht heeft rekwirante in de loop van het geding evenwel op geen enkel tijdstip verzocht om overlegging van een lijst van de ondernemingen waarvoor de toewijzingsgarantie gold. Evenmin had het rekwirante om andere redenen duidelijk moeten worden dat het van belang was een dergelijke lijst over te leggen, aangezien reeds uit het voor het Gerecht aangevoerde betreffende de dwingende juridische structuur van ZuG 2007 bleek dat de groep ondernemers voor wie de toewijzingsgarantie gold, afgebakend en gesloten was. Bovendien verlangt het Gerecht met de overlegging van een dergelijke lijst in feite het onmogelijke van rekwirante.
In de tweede plaats heeft het Gerecht artikel 230, vierde alinea, EG geschonden doordat het de individuele geraaktheid van rekwirante ten onrechte heeft ontkend. De groep personen voor wie de litigieuze beschikking geldt, staat namelijk niet alleen — zoals het Gerecht heeft gesteld — „min of meer nauwkeurig” vast, maar wordt door de gebeurtenissen in het verleden van rechtswege beslissend gedefinieerd en kan logischerwijze niet worden uitgebreid. Met betrekking tot de ondernemers voor wie de toewijzingsgarantie van § 8 ZuG 2007 geldt, kan de litigieuze beschikking bovendien ook worden beschouwd als een bundel van individuele beschikkingen, aangezien elk van hen de voortzetting van de toewijzingsgarantie is ontzegd.
Full & Egal Universal Law Academy