23.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 51/31
Hogere voorziening ingesteld op 21 november 2007 door AGC Flat Glass Europe SA, voorheen Glaverbel SA, tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 12 september 2007 in zaak T-141/06, Glaverbel SA/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
(Zaak C-513/07 P)
(2008/C 51/53)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirant: AGC Flat Glass Europe SA, voorheen Glaverbel SA (vertegenwoordigers: S. Möbus en T. Koerl, advocaten)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van eerste aanleg van 12 september 2007 in zaak T-141/06 inzake gemeenschapsmerkaanvraag nr. 3183068 te vernietigen;
—
verweerder te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirant voert aan dat het arrest van het Gerecht van eerste aanleg op een onjuiste uitlegging van artikel 7, lid 3, van de verordening inzake het gemeenschapsmerk (1) berust ten gevolge van een onjuiste beoordeling van het relevante publiek en van het grondgebied waarmee rekening dient te worden gehouden.
1.
Anders dan het Gerecht van eerste aanleg heeft geoordeeld, bestaat het relevante publiek enkel uit specialisten uit de glassector. Het Gerecht van eerste aanleg heeft zodoende artikel 7, lid 3, van de verordening inzake het gemeenschapsmerk onjuist toegepast bij de beoordeling van het relevante publiek.
2.
Anders dan het Gerecht van eerste aanleg heeft geoordeeld, heeft verweerder de bewijzen die zijn verstrekt met betrekking tot het verkregen onderscheidend vermogen ten onrechte voor elke lidstaat afzonderlijk onderzocht, wat duidelijk in strijd is met artikel 7, lid 3, van de verordening inzake het gemeenschapsmerk, dat een door gebruik in de gehele Gemeenschap verkregen onderscheidend vermogen vereist. In plaats van het aantal lidstaten te beoordelen, had verweerder de verstrekte bewijzen als een geheel moeten onderzoeken en moeten beoordelen of daaruit een samenhangend beeld ontstond van voortdurend gebruik in een voldoende ruim geografisch gebied gedurende een voldoende lange periode voorafgaand aan de datum van de aanvraag.
(1) Verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk, PB L 11 van 14.1.1994, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy