9.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 37/13
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 28 november 2007 — Chocoladefabriken Lindt & Sprüngli AG/Franz Hauswirth GmbH
(Zaak C-529/07)
(2008/C 37/17)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberste Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Chocoladefabriken Lindt & Sprüngli AG
Verwerende partij: Franz Hauswirth GmbH
Prejudiciële vragen
1)
Dient artikel 51, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad van 20 december 1993 inzake het gemeenschapsmerk (1) aldus te worden uitgelegd dat de aanvrager van een gemeenschapsmerk als te kwader trouw moet worden beschouwd wanneer hij ten tijde van de aanvraag weet dat een concurrent in (ten minste) een lidstaat voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten een gelijk of overeenstemmend teken gebruikt waardoor verwarring kan ontstaan, en hij het merk aanvraagt om de concurrent het verdere gebruik van het teken te kunnen beletten?
2)
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:
Moet de aanvrager als te kwader trouw worden beschouwd wanneer hij het merk aanvraagt om een concurrent het verdere gebruik van het teken te kunnen beletten, hoewel hij ten tijde van de aanvraag wist of behoorde te weten dat de concurrent reeds „verworven rechten” bezat op basis van het tot verwarring leidende gebruik van een gelijk of overeenstemmend teken voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten?
3)
Indien de eerste of de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord:
Is er geen sprake van kwade trouw wanneer de aanvrager voor zijn teken wegens het gebruik in het economische verkeer op grond van de rechtsregels inzake oneerlijke mededinging reeds bescherming heeft verkregen?
(1) PB L 11, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy