9.2.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 37/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 29 november 2007 — Fachverband der Buch- und Medienwirtschaft/Libro Handelsgesellschaft mbH
(Zaak C-531/07)
(2008/C 37/19)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Fachverband der Buch- und Medienwirtschaft
Verwerende partij: Libro Handelsgesellschaft mbH
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 28 EG aldus worden uitgelegd, dat het op zich in de weg staat aan de toepassing van een nationale wettelijke regeling op grond waarvan alleen importeurs van boeken in de Duitse taal verplicht zijn, voor in het binnenland ingevoerde boeken een voor de eindverkoper bindende verkoopprijs vast te stellen en bekend te maken, waarbij de importeur geen lagere prijs mag bepalen dan de eindverkoopprijs, na aftrek van btw, die de uitgever heeft vastgesteld of aanbevolen voor het land van uitgave of die een buiten een EER-staat gevestigde uitgever heeft aanbevolen voor Oostenrijk, maar van die regel mag worden afgeweken ingeval de importeur die in een EER-staat boeken koopt tegen een aankoopprijs die beneden de normale aankoopprijs ligt, de door de uitgever voor het land van uitgave vastgestelde of aanbevolen prijs — in geval van wederinvoer de door de binnenlandse uitgever vastgestelde prijs — in evenredigheid met het behaalde handelsvoordeel mag verlagen?
2)
Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord:
Is het in de eerste vraag bedoelde nationale wettelijke systeem van vaste boekenprijzen, dat op zich in strijd is met artikel 28 EG — eventueel ook als verkoopmodaliteit die het vrije verkeer van goederen beperkt —, waarvan het doel heel algemeen is omschreven met de noodzaak om „de positie van het boek als cultuurgoed, het belang van de eindverbruiker bij redelijke boekenprijzen en de bedrijfseconomische omstandigheden van de boekhandel” in aanmerking te nemen, gerechtvaardigd uit hoofde van artikel 30 EG of artikel 151 EG, bijvoorbeeld wegens een algemeen belang bij de bevordering van de boekenproductie, een grote verscheidenheid aan titels tegen geregelde prijzen en een grote verscheidenheid aan boekhandelaars — ondanks het gebrek aan empirische gegevens waarmee kan worden aangetoond dat een wettelijk systeem van vaste boekenprijzen geschikt is om de daarmee nagestreefde doelstellingen te bereiken?
3)
Indien de eerste vraag ontkennend moet worden beantwoord:
Is het in de eerste vraag bedoelde nationale wettelijke systeem van vaste boekenprijzen verenigbaar met de artikelen 3, lid 1, sub g, EG, 10 EG en 81 EG, ook al sluit het in de tijd en inhoudelijk naadloos aan op het Sammelreverssystem van 1993 — het vroegere Oostenrijkse systeem van vaste boekenprijzen, dat was gebaseerd op de contractuele verbintenis van de boekhandelaars om de door uitgevers vastgestelde prijzen voor artikelen van de uitgeverij toe te passen — en is het in de plaats gekomen van dat contractuele systeem?
Full & Egal Universal Law Academy