26.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 22/38
Beroep ingesteld op 30 november 2007 — Commissie van de Europese Gemeenschappen/Helleense Republiek
(Zaak C-541/07)
(2008/C 22/67)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordiger: M. Patakia)
Verwerende partij: Helleense Republiek
Conclusies
—
vast te stellen dat de Helleense Republiek, door bij besluit nr. 12078/1343 van de minister van Verkeer van 3 maart 2004 — zoals uitgelegd op grond van circulaire nr. 45007/4795 van de directie Verkeersveiligheid en Milieu van 28 juli 2004 — het aanbrengen op de ruiten van voertuigen van folie die rechtmatig is vervaardigd en/of verkocht op de markt van andere lidstaten van de Europese Unie, op algemene wijze te verbieden, de krachtens de artikelen 28 EG en 30 EG op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Na ontvangst van een klacht heeft de Commissie de Griekse wetgeving onderzocht die het aanbrengen van folie op de voorruit en de ruiten in het algemeen van voertuigen verbiedt.
2.
De Commissie is van mening dat het betrokken verbod niet valt binnen de werkingssfeer van richtlijn 92/22/EEG, zoals gewijzigd bij richtlijn 2001/92/EG, en, bij gebreke van harmonisatie op communautair vlak, moet worden onderzocht in het kader van de artikelen 28 EG en 30 EG.
3.
Dat verbod vormt een maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve beperking van het vrije verkeer van goederen, die in strijd is met de bepalingen van artikel 28 EG, aangezien het in de praktijk een belemmering oplevert voor de verhandeling in Griekenland van dergelijke folie die in andere lidstaten rechtmatig is vervaardigd en in het verkeer gebracht.
4.
De Commissie merkt ook op, dat de Griekse autoriteiten er niet in zijn geslaagd voldoende bewijzen voor de motivering van de maatregel en de gelijktijdige inachtneming van de evenredigheid aan te voeren.
5.
Meer bepaald is niet bewezen dat er criteria zijn om bij controles vast te stellen of de betrokken folie aan bepaalde minimumvoorwaarden voldoet, zoals de Griekse autoriteiten beweren.
6.
Bijgevolg is de Commissie van mening dat de betrokken wettelijke regeling een schending van artikel 28 EG oplevert, die niet kan worden gerechtvaardigd op grond van artikel 30 EG en evenmin door dwingende vereisten van algemeen belang in de zin van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
Full & Egal Universal Law Academy