Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 20 januari 2009 – Mebrom / Commissie
(Zaak C‑374/07 P)
„Hogere voorziening – Niet-contractuele aansprakelijkheid van Commissie – Zekere en reële schade – Onjuiste opvatting van feiten en van bewijzen – Bewijslast”
1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van bewijs – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 52‑55, 65-67)
2. Hogere voorziening – Middelen – Middel voorgedragen tegen rechtsoverweging van arrest die niet noodzakelijk is voor onderbouwing van dictum – Falend middel (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58) (cf. punten 56‑59, 73, 81, 92-96)
3. Niet-contractuele aansprakelijkheid – Voorwaarden – Reële en zekere schade – Bewijslast (Art. 288 EG) (cf. punten 80, 82-84)
4. Hogere voorziening – Middelen – Ontbreken van aanwijzing van gestelde onjuiste rechtsopvatting – Niet-ontvankelijkheid (Art. 225 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 21; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, sub c) (cf. punten 99‑101)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 22 mei 2007, Mebrom/Commissie (T‑198/05), waarbij het Gerecht ongegrond heeft verklaard een beroep tot vergoeding van de schade die rekwirante zou hebben geleden doordat de Commissie, voor de maanden januari en februari 2005, geen regeling heeft ingevoerd op grond waarvan rekwirante methylbromide in de Europese Unie kon invoeren, overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van verordening (EG) nr. 2037/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 2000 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (PB L 244, blz. 1)
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Mebrom NV wordt verwezen in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy