Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 11 september 2008 – Coats Holdings en Coats / Commissie
(Zaak C‑468/07 P)
„Hogere voorziening – Artikel 119 van Reglement voor procesvoering – Mededinging – Mededingingsregelingen – Geldboete – Vordering tot verlaging van bedrag van door Gerecht vastgestelde geldboete”
1. Hogere voorziening – Bevoegdheid van Hof – Weer in geding brengen, op billijkheidsgronden, van oordeel van Gerecht over bedrag van aan onderneming opgelegde geldboete – Uitgesloten (Art. 81 EG; Statuut van het Hof van Justitie, art. 56; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23) (cf. punten 23‑24)
2. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Rechtskader – Richtsnoeren voor berekening van geldboeten die wegens schending van mededingingsregels worden opgelegd – Daaronder begrepen (Verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23; mededeling 98/C 9/03 van de Commissie) (cf. punt 28)
Voorwerp
Hogere voorziening ingesteld tegen het arrest van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 12 september 2007, Coats Holdings en Coats / Commissie (T‑36/05), houdende gedeeltelijke nietigverklaring van beschikking C(2004)4221 def. van de Commissie van 26 oktober 2004 betreffende een procedure op grond van artikel 81 EG (zaak COMP/F‑1/38.338 - PO/Naalden) aangaande overeenkomsten tot verdeling van de markt voor fournituren en tot verdeling van de geografische markt, en houdende oplegging van een geldboete van 20 miljoen EUR aan verzoekers – Vordering tot verlaging van het bedrag van de geldboete
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Coats Holdings Ltd en J & P Coats Ltd worden veroordeeld in de kosten.
Full & Egal Universal Law Academy