Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 3 september 2009 – Lubricantes y Carburantes Galaicos/GALP Energía España
(Zaak C‑506/07)
„Artikel 104, lid 3, eerste alinea, van Reglement voor procesvoering – Mededinging – Mededingingsregelingen – Artikel 81 EG – Exclusieve-afnameovereenkomst voor brandstof tussen leverancier en tankstationhouder – Vrijstelling – ‚De minimis’-overeenkomst – Verordening (EEG) nr. 1984/83 – Artikel 12, lid 2 – Verordening (EG) nr. 2790/1999 – Artikelen 4, sub a, en 5, sub a – Duur van exclusiviteit – Vaststelling van detailhandelsprijs”
1. Mededinging – Mededingingsregelingen – Verbod – Voorwaarden – Ongunstige beïnvloeding van handel tussen lidstaten – Aantasting van mededinging – Merkbare invloed – Exclusieve-afnameovereenkomst voor brandstof tussen leverancier en tankstationhouder, die niet onder groepsvrijstelling valt (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 22‑26, 33, dictum 1)
2. Mededinging – Mededingingsregelingen – Aantasting van mededinging – Exclusieve-afnameovereenkomsten – Beoordelingscriteria – Toegankelijkheid van markt (Art. 81, lid 1, EG) (cf. punten 28‑32)
3. Mededinging – Mededingingsregelingen – Verbod – Groepsvrijstelling – Exclusieve-afnameovereenkomsten – Verordening nr. 1984/83 – Exclusieve-afnameovereenkomst voor brandstof tussen leverancier en tankstationhouder – Maximumduur – Afwijking (Art. 81, lid 3, EG; verordening nr. 1984/83 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1582/97, art. 12, lid 2) (cf. punten 34‑41, dictum 2)
4. Mededinging – Mededingingsregelingen – Verbod – Groepsvrijstelling – Verticale overeenkomsten – Verordening nr. 2790/1999 – Exclusieve-afnameovereenkomst voor brandstof tussen leverancier en tankstationhouder – Maximumduur – Afwijking (Art. 81, lid 3, EG; verordening nr. 2790/1999 van de Commissie, art. 5, sub a) (cf. punten 42‑47, dictum 3)
5. Mededinging – Mededingingsregelingen – Verbod – Groepsvrijstelling – Exclusieve-afnameovereenkomsten – Verordening nr. 1984/83 – Verticale overeenkomsten – Verordening nr. 2790/1999 – Vaststelling van aanbevolen verkoopprijs (Verordeningen nr. 1984/83 van de Commissie, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1582/97, art. 11, en nr. 2790/1999, art. 4, sub a) (cf. punten 49‑56, dictum 4)
Voorwerp
Verzoek om een prejudiciële beslissing – Audiencia Provincial de La Coruña – Uitlegging van artikel 81, lid 1, sub a, EG, de achtste overweging van de considerans en de artikelen 10 en 12, leden 1, sub c, en 2, van verordening (EEG) nr. 1984/83 van de Commissie van 22 juni 1983 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op groepen exclusieve-afnameovereenkomsten (PB L 173, blz. 5), en de artikelen 4, sub a, en 5 van verordening (EG) nr. 2790/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen (PB L 336, blz. 21) – Exclusieve-afnameovereenkomst voor brandstof tussen leverancier en tankstationhouder – Tankstation dat door de leverancier is gebouwd krachtens een recht van opstal dat de wederverkoper voor de duur van 25 jaar heeft verleend op een grondstuk, welk tankstation de wederverkoper voor dezelfde tijd exploiteert
Dictum
1)
Een overeenkomst zoals die in het hoofdgeding, waarin is voorzien in het vestigen van een zakelijk recht, het zogeheten „recht van opstal”, voor de duur van 25 jaar ten gunste van een leverancier van aardolieproducten en waarin het die leverancier wordt toegestaan een tankstation te bouwen en dat te verhuren aan de grondeigenaar voor dezelfde duur als die van dat recht, ontsnapt, indien zij bedingen bevat betreffende de vaststelling van de detailhandelsprijs en/of een exclusieve-afnameverplichting of een niet-concurrentiebeding, waarvan de looptijd langer is dan de tijdsbeperkingen van verordening (EEG) nr. 1984/83 van de Commissie van 22 juni 1983 betreffende de toepassing van artikel [81], lid 3, van het Verdrag op groepen exclusieve-afnameovereenkomsten, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1582/97 van de Commissie van 30 juli 1997, alsmede bij verordening (EG) nr. 2790/1999 van de Commissie van 22 december 1999 betreffende de toepassing van artikel 81, lid 3, van het Verdrag op groepen verticale overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, aan het verbod van artikel 81, lid 1, EG, mits die overeenkomst het handelsverkeer tussen de lidstaten niet ongunstig kan beïnvloeden en niet tot doel of tot gevolg heeft, de mededinging binnen de gemeenschappelijke markt merkbaar te beperken, hetgeen de verwijzende rechter moet uitmaken, daarbij met name rekening houdend met de economische en juridische context waarin de overeenkomst geldt.
2)
Artikel 12, lid 2, van verordening nr. 1984/83, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1582/97, moet aldus worden uitgelegd dat het zich voor de toepassing van de uitzondering waarin het voorzag, er niet tegen verzet dat de looptijd van een exclusiviteitsovereenkomst langer is dan de tijdsbeperkingen van die verordening, in het geval waarin de eigenaar van een grondstuk aan de leverancier een recht van opstal heeft verleend voor een duur van 25 jaar, en laatstgenoemde zich ertoe heeft verbonden een tankstation te bouwen dat aan de grondeigenaar wordt verhuurd opdat deze het exploiteert voor dezelfde tijdsduur als die van dat recht.
3)
Artikel 5, sub a, van verordening nr. 2790/1999 moet aldus worden uitgelegd dat het zich voor toepassing van de uitzondering waarin het voorziet, ertegen verzet dat de looptijd van een exclusiviteitsovereenkomst langer is dan de tijdsbeperkingen van deze verordening, in het geval waarin de eigenaar van een grondstuk aan de leverancier een recht van opstal heeft verleend voor een duur van 25 jaar, en laatstgenoemde zich ertoe heeft verbonden een tankstation te bouwen dat aan de grondeigenaar wordt verhuurd opdat deze het exploiteert voor dezelfde tijdsduur als die van dat recht.
4)
Contractclausules inzake detailhandelsprijzen, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, komen in aanmerking voor de groepsvrijstelling krachtens verordening nr. 1984/83, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1582/97, en verordening nr. 2790/1999, indien de leverancier enkel een maximumverkoopprijs oplegt of een verkoopprijs aanbeveelt en indien de wederverkoper derhalve over een werkelijke mogelijkheid beschikt om die verkoopprijs te bepalen. Dergelijke clausules komen daarentegen niet voor die vrijstelling in aanmerking indien zij, rechtstreeks of op indirecte of verkapte wijze, leiden tot vaststelling van de detailhandelsprijs of tot oplegging van de minimumverkoopprijs door de leverancier. Het staat aan de verwijzende rechter na te gaan of op de wederverkoper dergelijke verplichtingen rusten, waarbij hij rekening moet houden met alle contractuele verplichtingen, gezien in hun economische en juridische context, en met het gedrag van de partijen in het hoofdgeding.
Full & Egal Universal Law Academy