BESCHIKKING VAN HET GERECHT VOOR AMBTENARENZAKEN
(Eerste kamer)
19 oktober 2007
Zaak F‑23/07
M
tegen
Europees Geneesmiddelenbureau (EMEA)
„Openbare dienst – Ambtenaren – Invaliditeit – Invaliditeitscommissie – Weigering tot instelling – Kennelijke niet-ontvankelijkheid”
Betreft: Beroep, ingesteld krachtens de artikelen 236 EG en 152 EA en strekkende tot nietigverklaring van het besluit van het EMEA van 25 oktober 2006 houdende afwijzing van verzoekers verzoek om een invaliditeitscommissie in te stellen alsmede van het besluit van het EMEA van 31 januari 2007 houdende afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding.
Beslissing: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard. Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Beroep – Bezwarend besluit – Besluit dat standpunt in oorspronkelijke besluit herhaalt – Louter bevestigend besluit – Niet-ontvankelijkheid
(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)
2. Ambtenaren – Beroep – Niet binnen termijn ingesteld beroep tot nietigverklaring – Beroep tot schadevergoeding dat hetzelfde resultaat beoogt – Niet-ontvankelijkheid
(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)
1. Een besluit waarbij de administratie bij gebreke van ontwikkeling van de gezondheidstoestand van de betrokken ambtenaar slechts haar weigering om een invaliditeitscommissie in te stellen herhaalt, vormt een louter bevestigende handeling en niet een nieuw besluit waardoor de beroepstermijn opnieuw ingaat, ook al is dit besluit genomen na inzage van een medisch rapport dat ten tijde van het oorspronkelijke standpunt van de administratie nog niet beschikbaar was.
(cf. punten 40 en 43)
Referentie:
Hof: 20 mei 1987, Gherardi Dandolo/Commissie, 214/85, Jurispr. blz. 2163, punten 15‑17
2. Een vordering tot schadevergoeding is niet-ontvankelijk wanneer de ambtenaar op die manier hetzelfde resultaat tracht te bereiken als hij zou hebben verkregen indien een beroep tot nietigverklaring, dat hij niet tijdig heeft ingesteld, succes zou hebben opgeleverd. Een ambtenaar die heeft nagelaten binnen de termijnen van de artikelen 90 en 91 van het Statuut een beroep tot nietigverklaring in te stellen van een besluit dat voor hem bezwarend zou zijn, kan niet door een vordering tot vergoeding van de schade die dit besluit heeft veroorzaakt, deze nalatigheid herstellen en een nieuwe beroepstermijn doen ingaan.
(cf. punt 45)
Referentie:
Hof: 14 februari 1989, Bossi/Commissie, 346/87, Jurispr. blz. 303, punt 32
Gerecht van eerste aanleg: 13 juli 1993, Moat/Commissie, T‑20/92, Jurispr. blz. II‑799, punt 46; 28 juni 2005, Ross/Commissie, T‑147/04, JurAmbt. blz. I‑A‑171 en II‑771, punt 48
Full & Egal Universal Law Academy