ARREST VAN HET GERECHT (Kamer voor hogere voorzieningen)
van 12 september 2007
Zaak T‑20/07 P
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Eleni Chatziioannidou
„Hogere voorziening – Ambtenaren – Pensioenen – Nietigverklaring in eerste aanleg van besluiten van Commissie houdende berekening van pensioenjaren – Overdracht van nationale pensioenrechten”
Betreft: Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (Eerste kamer) van 14 november 2006, Chatziioannidou/Commissie (F‑100/05, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie), en strekkende tot vernietiging van dat arrest.
Beslissing: De hogere voorziening wordt afgewezen. De Commissie wordt verwezen in de kosten.
Samenvatting
Ambtenaren – Pensioenen – Pensioenrechten verkregen vóór indiensttreding bij Gemeenschappen – Overdracht aan communautaire regeling
(Ambtenarenstatuut, bijlage VIII, art. 11, lid 2; verordeningen van de Raad nrs. 1103/97, art. 1 en 3, en 974/98, art. 14)
Daar verordening nr. 1103/97 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro, op grond van artikel 1 ervan ook van toepassing is op wettelijke en reglementaire bepalingen alsmede op bestuursakten, kan zij niet aldus worden uitgelegd dat zij slechts een beginsel van continuïteit van contracten voorschrijft. Integendeel, zij stelt als vereiste een neutrale overgang op de euro – welke op contractueel gebied wordt gerealiseerd door een beginsel van continuïteit van de contracten – die geldt voor alle rechtsinstrumenten die binnen haar werkingssfeer vallen. Meer bepaald volgt uit artikel 3 van verordening nr. 1103/97 dat de met name in die verordening bedoelde wettelijke of reglementaire bepalingen niet worden gewijzigd door de invoering van de euro en dat zij ongewijzigd van toepassing blijven zowel op situaties die zij vóór als op die welke zij na de invoering van de euro beheersen. Hieruit volgt dat verordening nr. 1103/97 niet verlangt dat er voor de inwerkingtreding van de euro enige contractuele of niet-contractuele relatie bestond, wil het beginsel van continuïteit van toepassing zijn op de situaties die door de in dat artikel bedoelde rechtsinstrumenten worden beheerst.
Indien de wetgever of de betrokken autoriteiten de bepalingen in een binnen de werkingssfeer van artikel 3 van verordening nr. 1103/97 vallend rechtsinstrument willen wijzigen of een partij willen ontslaan of ontheffen van de uitvoering ervan, moet dus een uitdrukkelijke wijziging van dat rechtsinstrument worden ingevoerd. Hieruit volgt dat de Commissie na de invoering van de euro het mechanisme van de geactualiseerde gemiddelde omzettingskoers voor de berekening van extra pensioenjaren, ingevoerd bij de door haar vastgestelde algemene uitvoeringsbepalingen van artikel 11, lid 2, van bijlage VIII bij het Statuut, overeenkomstig verordening nr. 1103/97 ongewijzigd moest toepassen op aanvragen om overdracht van pensioenrechten verkregen in lidstaten die deze valuta hadden ingevoerd. Indien zij die bepalingen een andere strekking had willen geven, had zij die regels moeten wijzigen.
(cf. punten 34 en 41-43)
Referentie: Hof 22 februari 1989, Commissie/Frankrijk en Verenigd Koninkrijk, 92/87 en 93/87, Jurispr. blz. 405, punten 22‑24
Full & Egal Universal Law Academy