ARREST VAN HET GERECHT (Kamer voor hogere voorzieningen)
van 18 juni 2008
Zaak T‑164/07 P
Asa Sundholm
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„Hogere voorziening – Openbare dienst – Ambtenaren – Loopbaanontwikkelingsrapport – Beoordelingsjaar 2003 – Rechten van verdediging – Hogere voorziening niet-ontvankelijk – Hogere voorziening ongegrond”
Betreft: Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken (Tweede kamer) van 1 maart 2007, Sundholm/Commissie (F‑30/05, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie), en strekkende tot vernietiging van dat arrest.
Beslissing: De hogere voorziening wordt afgewezen. Sundholm zal haar eigen kosten dragen alsmede de kosten die de Commissie in het kader van deze hogere voorziening heeft gemaakt.
Samenvatting
1. Ambtenaren – Beoordeling – Loopbaanontwikkelingsrapport – Rechten van verdediging – Omvang
(Ambtenarenstatuut, art. 43)
2. Hogere voorziening – Middelen – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Niet-ontvankelijkheid
(Statuut van het Hof van Justitie, art. 51)
1. In het kader van het door de Commissie ingevoerde beoordelingssysteem kan de raadpleging, door de beoordelaar in beroep, van de beoordelaar of van arbeidscollega’s van de beoordeelde ambtenaar zonder dat deze zich daarover heeft kunnen uitspreken, niet als een schending van het beginsel van de rechten van de verdediging worden beschouwd, voor zover de aldus verkregen informatie niet verschilt van de informatie die als basis heeft gediend voor de eerder door de beoordelaar of de beoordelingsautoriteit gegeven beoordeling of, indien dat wel het geval is, de beoordelaar in beroep niet van plan is om de informatie tegen de beoordeelde ambtenaar te gebruiken.
(cf. punten 28 en 29)
Referentie: Gerecht 20 november 2007, Ianniello/Commissie, T‑308/04, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, punt 73
2. Indien voor het Gerecht van eerste aanleg wordt gesteld dat een conclusie van het Gerecht voor ambtenarenzaken onjuist is op basis van een ander feitelijk uitgangspunt dan dat waarover laatstgenoemd Gerecht zich diende uit te spreken, staat dit gelijk aan het aanvoeren van een nieuw middel dat het voorwerp van het geding uitbreidt en dat daardoor niet voor het eerst in het stadium van de hogere voorziening kan worden voorgedragen. In hogere voorziening is de rechter alleen bevoegd om te oordelen over de rechtsbeslissing die is gegeven ten aanzien van de middelen die voor de rechter in eerste aanleg zijn aangevoerd.
(cf. punten 41 en 42)
Referentie: Hof 1 februari 2007, Sison/Raad, C‑266/05 P, Jurispr. blz. I‑1233, punt 95, en de aangehaalde rechtspraak
Full & Egal Universal Law Academy