24.3.2007
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 69/28
Beroep ingesteld op 12 februari 2007 — Du Pont de Nemours (France) e.a./Commissie
(Zaak T-31/07)
(2007/C 69/57)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Du Pont de Nemours (France) SAS (Puteaux, Frankrijk), Du Pont Portugal Serviços (Lissabon, Portugal), Du Pont Ibérica SL (Barcelona, Spanje), Du Pont de Nemours (Belgium) BVBA (Mechelen, België), Du Pont de Nemours Italiana Srl (Milaan, Italië), Du Pont de Nemours (Nederland) BV (Dordrecht, Nederland), Du Pont de Nemours (Deutschland) GmbH (Bad Homburg, Duitsland), DuPont CZ s.r.o. (Praag, Tsjechische Republiek), DuPont Hungary Trading Ltd (Budaors, Hongarije), DuPont Poland Sp.z o.o. (Warschau, Polen), DuPont Romania Srl (Boekarest, Roemenië), Du Pont (UK) Ltd (Herts, Verenigd Koninkrijk), Du PontAGro Hellas SA (Athene, Griekenland), DuPont International Operations Sarl (Zwitserland), DuPont Solutions (France) SAS (Puteaux, Frankrijk) (vertegenwoordigers: D. Waelbroeck en N. Rampal, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
de bijlage bij richtlijn 2006/133/EG van de Commissie tot wijziging van richtlijn 91/414/EEG teneinde flusilazool op te nemen als werkzame stof nietig te verklaren, voor zover daarbij wordt vastgesteld dat de opnemingsperiode voor flusilazool op 30 juni 2008 afloopt;
—
artikel 3, lid 2, van richtlijn 2006/133/EG tot wijziging van richtlijn 91/414/EEG teneinde flusilazool op te nemen als werkzame stof nietig te verklaren, voor zover daarbij 30 juni 2008 wordt vastgesteld als uiterste datum voor de lidstaten om ervoor zorgen dat de toelating voor middelen die flusilazool bevatten, na een nieuwe evaluatie, wordt gewijzigd of ingetrokken;
—
deel A van de specifieke bepalingen in de bijlage bij richtlijn 2006/133/EG van de Commissie tot wijziging van richtlijn 91/414/EEG nietig te verklaren, voor zover daarbij een beperking wordt gesteld aan de soorten gewassen waarvoor het gebruik van flusilazool na de opneming ervan in bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG door de lidstaten mag worden toegelaten, en die beperking uiterlijk op 30 juni 2007 moet zijn omgezet (hierna: „bestreden beperkingen”);
—
de Commissie te veroordelen tot vergoeding van alle schade die verzoeksters als gevolg van de bestreden beperkingen hebben geleden, en het bedrag van de vergoeding van de door hen geleden schade, die thans op ongeveer 109 miljoen USD (circa 84 miljoen EUR) wordt geraamd, vast te stellen, of een ander bedrag dat overeenkomt met de schade die verzoeksters hebben geleden of nog zullen lijden, zoals door hen in de loop van het geding wordt aangetoond, in het bijzonder om met toekomstige schade rekening te houden;
—
subsidiair, de partijen te gelasten binnen een redelijke termijn na de uitspraak cijfergegevens over te leggen betreffende het bedrag van de schadevergoeding waarover de partijen het eens zijn geworden of, zo de partijen het niet eens kunnen worden, hen te gelasten hun conclusies met gedetailleerde cijfergegevens binnen diezelfde termijn over te leggen;
—
vast te stellen dat, vanaf de uitspraak van het Gerecht tot de volledige betaling, over het verschuldigde bedrag interest moet worden betaald tegen het door de Europese Centrale Bank voor de voornaamste herfinancieringstransacties vastgestelde percentage, vermeerderd met twee procentpunten, of tegen een ander door het Hof vast te stellen passend percentage;
—
verwerende partij te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeksters stellen beroep in tot gedeeltelijke nietigverklaring van de bijlage bij richtlijn 2006/133/EG van de Commissie van 11 december 2006 (1) tot wijziging van bijlage I bij richtlijn 91/414/EEG (2) betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, voor zover daarbij zowel aan de opnemingsperiode van flusilazool als aan de soorten gewassen waarvoor het gebruik van flusilazool door de lidstaten mag worden toegelaten, beperkingen worden gesteld.
Verzoeksters voeren aan dat de bestreden beperkingen onrechtmatig zijn, aangezien zij enkel op een gevarenbeoordeling zijn gebaseerd, en niet op een risicobeoordeling, zoals richtlijn 91/414 dit verlangt. Meer in het bijzonder voeren zij aan dat de Commissie, door de beperking van de opnemingsperiode tot 18 maanden in plaats van de gebruikelijke periode van 10 jaar, en door de beperking van het toegelaten gebruik van flusilazool tot welbepaalde gewassen, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens het EG-Verdrag en de hiervoor genoemde richtlijn, zoals gewijzigd, en inbreuk heeft gemaakt op een aantal fundamentele beginselen en doelstellingen van het Gemeenschapsrecht. Verzoeksters stellen dat verweerster namelijk inbreuk heeft gemaakt op het evenredigheidsbeginsel, de beginselen van behoorlijk bestuur en van hoor- en wederhoor, alsmede op het rechtszekerheidsbeginsel, het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen, het non-discriminatiebeginsel, en de motiveringsplicht. Ten slotte wordt aangevoerd dat verweerster haar bevoegdheid heeft misbruikt doordat zij de beperkingen willekeurig heeft vastgesteld, zonder te zien naar de in de richtlijn neergelegde criteria.
Naast de vordering tot nietigverklaring hebben verzoeksters ook een vordering op grond van de artikelen 235 en 288, lid 2, EG ingesteld, tot vergoeding van de schade die zij stellen te hebben geleden als gevolg van de bestreden beperkingen.
(1) Richtlijn 2006/133/EG van de Commissie van 11 december 2006 tot wijziging van richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde flusilazool op te nemen als werkzame stof (PB L 349, blz. 27).
(2) Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy