14.4.2007
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 82/45
Beroep ingesteld op 16 februari 2007 — Shell Petroleum e.a./Commissie
(Zaak T-38/07)
(2007/C 82/96)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Shell Petroleum NV (Den Haag, Nederland), Shell Nederland BV (Den Haag, Nederland) en Shell Nederland Chemie BV (Rotterdam, Nederland) (vertegenwoordigers: T. Snoep en J. Brockhoff, advocaten)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
SPNV vordert:
—
de beschikking volledig nietig te verklaren voor zover zij tot SPNV is gericht;
—
subsidiair:
—
artikel 2, sub d, van de beschikking nietig te verklaren, of
—
het bedrag van de geldboete in passende mate te verlagen; en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
SNBV vordert:
—
de beschikking volledig nietig te verklaren voor zover zij tot SNBV is gericht;
—
subsidiair:
—
artikel 2, sub d, van de beschikking nietig te verklaren, of
—
het bedrag van de geldboete in passende mate te verlagen; en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
SNC vordert:
—
artikel 2, sub d, van de beschikking nietig te verklaren of het bedrag van de geldboete in passende mate te verlagen; en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoeksters vorderen de nietigverklaring van beschikking C(2006) 5700 def. van de Commissie van 29 november 2006 in zaak COMP/F/38.638 — Butadieenrubber en emulsie-styreenbutadieenrubber, waarbij de Commissie heeft vastgesteld dat verzoeksters, samen met andere ondernemingen, artikel 81 EG en artikel 53 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte hebben geschonden door afspraken te maken over richtprijzen voor de producten, door klanten te verdelen door middel van non-agressieovereenkomsten en door commerciële informatie in verband met prijzen, concurrenten en klanten uit te wisselen.
Tot staving van hun vordering betogen verzoeksters dat de Commissie artikel 81 EG en de artikelen 7 en 23, leden 2 en 3, van verordening nr. 1/2003 van de Raad (1) heeft geschonden door:
a.
de inbreuk ook aan Shell Petroleum NV en Shell Nederland BV toe te rekenen, ook al erkent de Commissie dat enkel Shell Nederland Chemie BV rechtstreeks aan de inbreuk heeft deelgenomen;
b.
door wegens recidive het basisbedrag van de aan verzoeksters op te leggen geldboete met 50 % te verhogen, wat een inbreuk op de beginselen van evenredigheid en rechtszekerheid vormt;
c.
door ter afschrikking een vermenigvuldigingsfactor toe te passen, wat een inbreuk op de beginselen van gelijke behandeling en evenredigheid vormt; en
d.
door het basisbedrag van de aan verzoeksters op te leggen geldboete te berekenen in strijd met de richtsnoeren voor de berekening van geldboeten (2) en de beginselen van evenredigheid en gelijke behandeling
Subsidiair voeren verzoeksters schending aan van de motiveringsplicht van artikel 253 EG.
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).
(2) Mededeling van de Commissie van 14 januari 1998, „Richtsnoeren voor de berekening van geldboeten die uit hoofde van artikel 15, lid 2, van verordening nr. 17, respectievelijk artikel 65, lid 5, van het EGKS-Verdrag worden opgelegd ”(PB 1998, C 9, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy