14.4.2007
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 82/51
Beroep ingesteld op 14 februari 2007 — Movimondo ONLUS/Commissie
(Zaak T-52/07)
(2007/C 82/106)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Movimondo ONLUS (Rome, Italië) (vertegenwoordigers: P. Vitali, G. Verusio, prof. G. M. Roberti, A. Franchi, avvocati)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
de bestreden beschikking nietig te verklaren;
—
subsidiair, krachtens artikel 241 EG de artikelen 133 en 175 van verordening nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 onwettig en niet-toepasselijk te verklaren;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Met het onderhavige beroep verzoekt de Associazione Movimondo ONLUS — niet-gouvernementele organisatie voor samenwerking en internationale solidariteit — krachtens artikel 230, vierde alinea, EG, om nietigverklaring van beschikking C (2006) 5802 def. van de Commissie van 1 december 2006, waarbij aan de niet-gouvernementele organisatie Movimondo een administratieve sanctie wordt opgelegd wegens ernstige schending van de beroepsethiek en niet-nakoming van haar contractuele verplichtingen.
2.
Dienaangaande zij opgemerkt, dat de contractuele betrekkingen met de Commissie betreffende humanitaire hulp en acties in het kader van de ontwikkelingssamenwerking, worden beheerst door subsidieovereenkomsten (Grant Agreements), gesloten in het kader van kaderovereenkomsten voor partnerschap (Framework Partnership Agreements; hierna: „FPA”) en algemene contractsvoorwaarden. De ECHO-kaderovereenkomsten waarvoor de Commissie de bestreden sanctie heeft willen opleggen, zijn met name:
—
FPA nr. 3-134, ondertekend op 6 november 2003;
—
FPA nr. CCP 99/0119 van 26 februari 1999.
3.
Tot staving van haar beroep tot nietigverklaring van de beschikking van 1 december 2006, voert Movimondo vijf middelen aan.
Met het eerste middel stelt verzoekster schending van het recht in verband met de artikelen 93, 96 en 114 van verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het financieel reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, en beroept zij zich ten exceptieve op de onwettigheid van de artikelen 133 en 175 van verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van verordening nr. 1605/2002 van de Raad, wegens schending van artikel 183 van verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen.
Met het tweede middel stelt verzoekster onjuiste en onvolledige beoordeling door de Commissie van de haar ten laste gelegde feiten, en ontbreken van definitieve feiten om de sanctiebeschikking op te baseren.
Met het derde middel stelt verzoekster schending van het algemene beginsel van eerbiediging van de rechten van de verdediging.
Met het vierde middel stelt verzoekster dat de feiten die aan de sanctie ten grondslag liggen, onjuist zijn, en dat de omstandigheden die tegen haar worden aangevoerd, niet bestaan. Tevens beroept zij zich op schending van het evenredigheidsbeginsel en gebrek aan motivering wat de in artikel 114 van financieel reglement nr. 1605/2002 bedoelde „doeltreffendheid, evenredigheid en afschrikkend karakter ”betreft.
Met het vijfde middel beroept verzoekster zich in de eerste plaats op het onbepaalde karakter van de projecten die aan de bestreden beschikking ten grondslag liggen en op verjaring. Tevens beroept zij zich op het ontbreken van een gemeenschapshandeling die in de sanctie voorziet, en op schending van de artikelen 2, lid 2, en 3, lid 1, van voornoemde verordening nr. 2988/95 van de Raad. In de tweede plaats stelt zij schending van de artikelen 175 en 133 van voornoemde verordening nr. 2342/2002 van de Commissie.
Full & Egal Universal Law Academy