24.11.2007
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 283/35
Beroep ingesteld op 26 september 2007 — Republiek Litouwen/Commissie
(Zaak T-368/07)
(2007/C 283/64)
Procestaal: Litouws
Partijen
Verzoekende partij: Republiek Litouwen (vertegenwoordiger: D. Kriaučiūnas, gemachtigde)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
beschikking C(2007) 3407 def. van13 juli 2007 (1) nietig te verklaren;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster stelt dat de bestreden beschikking, die haar op 16 juli 2007 is betekend, onrechtmatig is en voert de volgende middelen aan:
1. De Commissie is haar bevoegdheden te buiten gegaan.
Verzoekster stelt dat de Commissie, door een unilaterale beschikking over de definitieve inhoud van het Litouwse nationale toewijzingsplan vast te stellen, de haar bij richtlijn 2003/87/EG verleende bevoegdheden te buiten is gegaan, daar de bepalingen van deze richtlijn de Commissie weliswaar machtigen de door de lidstaten opgestelde nationale toewijzingsplannen te beoordelen, maar niet de bevoegdheid verlenen de totale hoeveelheden broeikasgasemissierechten vast te stellen zonder ook maar rekening te houden met de door de lidstaten opgestelde en ingediende nationale toewijzingsplannen.
2. Schending van het gemeenschapsrecht
2.1.
Miskenning van de doelstellingen van richtlijn 2003/87/EG: door in de bestreden beschikking te beslissen over een nationaal emissieniveau voor de periode 2008 tot 2012, dat lager is dan vereist in het licht van de door Litouwen in het kader van het Kyoto-protokol bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake Klimaatverandering aangegane verplichtingen, heeft de Commissie geen rekening gehouden met de werkelijke doelen van richtlijn 2003/87 als een daadwerkelijk instrument vanuit economisch oogpunt om de door de partijen bij het Kyoto-protokol aangegane verplichtingen inzake broeikasgasemissies na te komen.
2.2.
Schending van de beginselen van behoorlijk bestuur en loyale samenwerking: de bestreden beschikking schendt de beginselen van behoorlijk bestuur en loyale samenwerking, daar de Commissie zonder rekening te houden met de beoordeling die bij de voorbereiding van het Litouwse nationale toewijzingsplan is gemaakt en in wezen zonder raadpleging van Litouwen, een afzonderlijke beoordeling op basis van de door haarzelf gekozen methodologie voor de vaststelling van de maximumhoeveelheid broeikasgasemissierechten heeft verricht.
2.3.
Schending van de bepalingen van richtlijn 2003/87/EG en schending van het rechtszekerheidsbeginsel: de bestreden beschikking schendt de artikelen 9, lid 1, en 11, lid 2, van richtlijn 2003/87, voor zover de Commissie, die de cijfers in het Litouwse nationale toewijzingsplan buiten beschouwing heeft gelaten en de door Litouwen toegepaste berekeningsmethode als ongeschikt heeft verworpen, uitsluitend en alleen is uitgegaan van de cijfers die werden verkregen door de toepassing van de methode die zijzelf voor de vaststelling van de maximumhoeveelheid toe te wijzen broeikasgasemissierechten heeft gekozen. Bovendien heeft de Commissie door de toepassing van deze methodologie waarvan Litouwen niet bij voorbaat in kennis werd gesteld, het rechtszekerheidsbeginsel geschonden.
2.4.
Schending van het non-discriminatiebeginsel: de bestreden beschikking schendt het non-discriminatiebeginsel voor zover de Commissie die de door haarzelf gekozen methode voor de vaststelling van de maximumhoeveelheid broeikasgasemissierechten heeft toegepast, geen rekening heeft gehouden met de specifieke situatie van Litouwen. De beschikking heeft er ook toe geleid dat situaties die in wezen verschillen, op dezelfde wijze worden behandeld.
2.5.
Niet-inachtneming van artikel 9, leden 1 en 3, van richtlijn 2003/87/EG en van het vierde criterium in bijlage III bij deze richtlijn: de bestreden beschikking schendt de verplichting van artikel 9 van richtlijn 2003/87, krachtens hetwelk het plan wordt gebaseerd op de criteria in bijlage III daarbij, voor zover zij zonder reden geen rekening houdt met het vierde criterium in die bijlage en met de noodzaak om in Litouwen als gevolg van de toezegging om de kerncentrale van Ignalina tegen 2009 te sluiten meer elektriciteit in installaties met fossiele brandstof te produceren.
3. Schending van wezenlijke procedurele vereisten van gemeenschapsrecht
Volgens verzoekster zijn bij de vaststelling van de bestreden beschikking wezenlijke procedurele vereisten geschonden, voor zover in de eerste plaats de Commissie, door in wezen te weigeren om in de bestreden beschikking C(2006) 5613 def. te herzien, de bepalingen van richtlijn 2003/87/EG heeft geschonden en in de tweede plaats de bestreden beschikking ongepast en ontoereikend gemotiveerd is zodat niet is voldaan aan de vereisten van artikel 253 EG en artikel 9, lid 3, van richtlijn 2003/87. Voorts heeft de Commissie het procedurele vereiste in die richtlijn betreffende de duur van de evaluaties niet in acht genomen.
4. Kennelijk onjuiste beoordeling
Volgens verzoekster heeft de Commissie bij het onderzoek van het gewijzigde Litouwse nationale toewijzingsplan in de eerste plaats geen rekening gehouden met de specifieke en objectieve omstandigheden waarop Litouwen wees en die hebben geleid tot het bereikte niveau van broeikasgasemissies en in de tweede plaats paste zij een ongeschikte berekeningsmethode toe en baseerde zij zichzelf op onjuiste gegevens, die tot de vaststelling van een onjuiste maximumhoeveelheid aan Litouwen toegewezen broeikasgasemissierechten hebben geleid.
(1) Beschikking van de Commissie van 13 juli 2007 tot wijziging van het nationaal plan voor toewijzing van broeikasgasemissierechten waarvan door de Republiek Litouwen is kennisgegeven overeenkomstig artikel 3, lid 3, van beschikking C(2006) 5613 def. van de Commissie betreffende het nationaal plan voor toewijzing van broeikasgasemissierechten waarvan door de Republiek Litouwen is kennisgegeven overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Full & Egal Universal Law Academy