12.1.2008
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 8/17
Beroep ingesteld op 31 oktober 2007 — Spanje/Commissie
(Zaak T-398/07)
(2008/C 8/32)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordiger: N. Díaz Abad, gemachtigde)
Verwerende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies
—
de beschikking van de Commissie van 4 juli 2007 inzake een procedure op grond van artikel 82 EG (zaak COMP/38.784 — Wanadoo España/Telefónica) nietig te verklaren, en
—
de verwerende instelling te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen de beschikking van 4 juli 2007 inzake een procedure op grond van artikel 82 EG (zaak COMP/38.784 — Wanadoo España/Telefónica), waarbij de Commissie Telefónica SA en Telefónica de España SAU hoofdelijk heeft veroordeeld tot betaling van een geldboete van 151 875 000 EUR wegens schending van artikel 82 EG. Volgens de Commissie hebben deze twee ondernemingen tussen september 2001 en december 2006 onbillijke tarieven toegepast voor het verrichten van diensten op groothandels- en kleinhandelsniveau voor breedbandinternettoegang.
Ter onderbouwing van zijn vordering stelt verzoeker:
—
schending van de in artikel 10 EG en artikel 7, lid 2, van richtlijn 2002/21/EG (1) neergelegde verplichting tot samenwerking, omdat de Commissie de Spaanse nationale regelgevende instantie niet de mogelijkheid heeft geboden om met haar samen te werken teneinde uit te zoeken hoe de gestelde inbreuk het doeltreffendst had kunnen worden beëindigd;
—
schending van artikel 82 EG wegens beoordelingsfouten met betrekking tot de onmisbaarheid van de groothandelsproducten, de vaststelling van de kosten en de gevolgen van het gedrag van Telefónica voor concurrenten en consumenten;
—
toepassing ultra vires van artikel 82 EG, daar de bestreden beschikking een weerslag heeft op het in Spanje geldende regelgevende kader voor elektronische communicatie, waardoor het evenwicht tussen de regelgeving ex ante en de mededingingsregels wordt verstoord; voorts inconsistentie van de resultaten van de Commissie met de internationale ervaring en de realiteit van de Spaanse markt, waardoor de Spaanse nationale regelgevende instantie de doelstellingen van het genoemde regelgevend kader niet heeft kunnen bereiken, en schending van het specialiteitsbeginsel;
—
schending van het rechtszekerheidsbeginsel, daar de bestreden beschikking impliceert dat een bestaand regelgevend kader achteraf anders moet worden opgevat;
—
schending van het beginsel van het gewettigd vertrouwen van de beboete onderneming en van dat van de andere ondernemingen in deze markt, doordat de bestreden beschikking afwijkt van een regelgevend kader op een gebied dat al door de commissie voor de telecommunicatiemarkt was geregeld.
(1) Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) (PB L 108, blz. 33).
Full & Egal Universal Law Academy